In Zagreb heb ik me een dag vermaakt waarna ik de trein naar Jastrebrasko heb genomen. Dit was de eerste kleine stad buiten Zagreb zodat ik niet lopend of liftend deze grote stad uit hoefde te komen. Vanuit Jastrebrasko ben ik naar de snelweg gelopen, waar ik na niet heel lang wachten een lift kreeg van een vrachtwagenchauffeur die goed Duits sprak, en die me helemaal naar Rijeka aan de kust bracht. Om alleen al door dit land gereden te worden is al een mooie ervaring, maar de Kroatische kust is toch wel het mooiste plekje van het land. Ik ben langzaam naar het zuiden afgezakt en heb hier en daar op het strand geslapen, aan een zee met een watertemperatuur van 23 graden. Dit was niet onplezierig. De omgeving krijgt ten zuiden van Zadar ineens een mediteraanse tint. De mensen die me hier een lift geven spreken goed Duits of Engels. Behalve de laatste, een man die me 200 kilometer van Biograd naar Split bracht. Deze man sprak alleen Kroatisch en in toch stond hij erop dat ik nog een kop koffie met hem op het terras in Split deed.
In deze mooie stad heb ik een hostel genomen, waar ik 3 amerikanen tegen ben gekomen, Laif en Gabe uit Illinois en Anna uit Colorado. Met hen heb ik 2 dagen doorgebracht, waarvan we er één naar een eiland voor de kust zijn gegaan. De laatste dag in Split regende het pijpestelen, dus heb ik de bus naar Mostar in Bosnie genomen. Een bus die gebruikt werd voor smokkelwaar. Vlak voor de grens stopte de buschauffeur bij een benzinepomp waar een auto stond te wachten. Er werd een doos uit de kofferbak van de auto in de laadruimte van de bus geladen en we vertrokken weer. Op de grens hadden we geen problemen en konden we zo doorrijden. Bij de eerste benzinepomp werd weer haltgehouden, en even later kwam ook dezelfde auto weer aanrijden. De door werd weer van voertuig gewisseld en nadat de buschauffeur goed om zich heen gekeken had (en niet zag dat ik het hele tafereel kon volgen) gingen er een paar bankbiljetten van de autoeigenaar in de broekzak van de buschauffeur.
Mostar is een hele indrukwekkende stad. En voor mij niet alleen door de oude binnenstad met haar oude brug, de grote toeristische trekpleister, maar vooral door de indruk die de oorlog 15 jaar geleden heeft achtergelaten in deze stad. Een ding is zeker, beide fronten hadden geen tekort aan munitie. Door de hele stad zijn alle gebouwen die intussen niet opnieuw zijn gestuct of nieuw zijn gebouwd bezaaid met kogelgaten. Totaal werwoeste panden wisselen af met stadsparken die in de oorlog allemaal tot begraafplaats zijn omgedoopt, omdat er in zo’n korte periode zoveel mensen zijn gestorven.
In Mostar zag ik een foto van de Kravice waterval, ongeveer 30 kilometer naar het westen. Ik besloot om terug te gaan om deze waterval te bekijken, en dat was zeker de moeite waard. Ik heb daar de nacht doorgebracht aan de oever van de rivier. De volgende dag ben ik meteen gaan liften om naar Sarajevo te komen. Dit is in Bosnie net als in Kroatie goed te doen. Toen ik tegen de middag op een bankje in een stadje wat zat te lezen, kwam er een oud vrouwtje langs die naast mij plaatsnam. Ze begon een monoloog tegen mij in het Bosnisch en ik deed of ik aandachtig luisterde en knikte af en toe instemmend. Toen ze haar verhaal gedaan had haalde ze uit haar boodschappentas op wieltjes een plastic zak met daarin een homp van de lokale kruimelkaas ter grootte van een voetbal. Ze brak twee stukken af, gaf er een aan mij begon zelf aan haar stuk te knagen, dus deed ik maar met haar mee.
Die dag haalde ik het tot Sarajevo waar ik met de metro door ’Sniper Alley’ naar de binnenstad ben gereden.   
voeg een reactie toe