Nadat ik in Hongarije aan was gekomen, probeerde ik naar de snelweg te komen, om zo naar Budapest te komen. Na een lange tijd lopen kwam ik in Mosonmagyarovar aan, waar Győr op de borden stond. Zoals ik wist, liep de snelweg ook langs Győr, dus hoefde ik alleen maar de borden te volgen om op de snelweg te komen. Wat ik niet wist, is dat er parralel aan de snelweg ook een provinciale weg naar Győr liep. Die had ik dus te pakken. Na een halve dag lopen en mezelf afvragen waar die snelweg nou toch bleef kwam ik, zonder de snelweg gezien te hebben, in Győr aan. Afgepeigerd heb ik toch nog even de stad bekeken en daarna een trein naar Budapest genomen. Daar in het hostel kwam ik niemand tegen, dus ben ik in mijn eentje de stad ingegaan om wat te eten te zoeken. Zo kwam ik terecht bij een klein Kebabzaakje waar ik voor 2 euro mijn pens rond kon eten. In het Kebabzaakje waren nog 2 mensen die er allebij net zo verwilderd bijliepen als dat ik waarschijnlijk deed, en die ook met een gigantische rugzak rondliepen. Ik vroeg ze of ze ook reizigers waren en het bleek zelfs dat ze zich op dezelfde manier als ik over de aardkloot voortbewegen. Thomas en Fern zijn een koppel dat 8 weken geleden uit Frankrijk vertrokken is, en nu voor het eerst een grote stad aandeden. Ze nodigden me uit om de volgende avond met hen naar een muziekfestivalletje te gaan en ik stemde toe. De volgende dag heb ik eerst in mijn eentje de stad bekeken (die overigens ook zeer de moeite waard is) en daarna heb ik ze opgezocht bij de plaats waar we afgesproken hadden. Het festival was jammer genoeg afgelast, maar dat gaf wel de kans om de rest van de avond te praten en ervaringen uit te wisselen over het liften.
Na afscheid van hen genomen te hebben ben ik op weg naar mijn hostel gegaan, wat een flinke klus bleek in een stad met 2,5 miljoen inwoners en die er sínachts totaal anders uitzag als overdag. Op weg werd ik benaderd door 2 lelijke hoeren die dingen aanboden waar een dame achter de Amsterdamse ruiten zich voor zou schamen. Ze waren behoorlijk handtastelijk, en toen ik ze eindelijk had afgewimpeld ben ik snel doorgelopen. Het was een aantal straten verder dat ik erachterkwam dat mijn portemonee weg was. Na een inwendige vloekpartij realiseerde ik mezelf dat ik 1500 Hongaarse forint in mijn portemonee had zitten. Omgerekend zoín 5 euro. De rest van mijn waardevolle spullen had ik in mijn geldbuidel. Ik hoop dat ze er blij mee zijn en geen ruzie krijgen met verdelen.
De volgende dag ben ik vertrokken naar de snelweg waar ik al snel een rechtstreekse lift kreeg naar het balatonmeer. Van een Hongaarse Nederlandse tolk. In Balatonkenese, waar ze mij afgezet hadden, had ik het kleine beetje eten wat ik nog had opgegeten en zat ik een beetje te lezen op een steiger, toen er een gezinnetje kwam zwemmen. Toen ik vroeg of ze dichtbij woonden en of ik dan wat water mocht hebben, werd ik meteen uitgenodigd voor een uitgebreid Hongaars diner, met een glas wijn achteraf en een halve fruitmand mee voor onderweg. Een aangename verassing die me zeer goed van pas kwam. Na nog een paar dagen een beetje langs het balatonmeer afgezakt te zijn, ben ik naar de Kroatische grens gelift, waar mijn bedoeling was de grens over te steken. Toen ik in een godvergeten stukje Hongarije naar de grensovergang aan het lopen was en iets te eten zat voor een huis, kwam de bewoner van dat huis naar buiten en maakte mij in het Hongaars duidelijk dat de grensovergang nog 100 kilometer lopen was. Ik kon ook de trein nemen, waar het grenspersoneel een stuk makkelijker was en wat bovendien maar 5 kilometer verderop was. Het probleem was, dat ik geen Forinten meer had en dus ook geen treinkaartje kon betalen. Het halve dorp was inmiddels uitgelopen en er werd druk getelefoneerd (om te informeren of ik bij het lokale restaurant euro’s in kon wisselen, bleek later). Ik kreeg een zak kersen in mijn handen geduwd voor onderweg en werd in een auto gepropt. De eigenaar van de auto werd achter zijn bakje koffie vandaan gehaald om mij naar het restaurant te brengen, daar aan de eigenaresse duidelijk te maken dat ik euro’s wilde wisselen en me daarna naar het station te brengen. Binnen een half uur zat ik in de trein en besefte ik pas dat geen van de mensen uit het dorp een woord anders dan Hongaars sprak, en dat ze me desondanks toch best hulpzaam zijn geweest. Het enige woord dat ik inmiddels Hongaars spreek, kősőnőm, ofwel bedankt, heb ik vele malen laten vallen. Diezelfde avond arriveerde ik in Zargeb.


PS. Vanwege de trage internetverbinding hier is het zogoed als onmogelijk om foto’s op de site te zetten, dus dat zal ik waarschijnlijk een keer doen waar ik een snelle internetverbinding heb.   
voeg een reactie toe