2012-04-04 - water en bergen

Vanuit Cancun maakte ik mijn weg naar het zuiden. Sinds Oaxaca had ik samen met Claudie gereisd, daarna met mijn familie en een week met mijn broers, daarna was ik nog een tijdje in Cancun gebleven met vrienden, en nu was ik sinds lange tijd weer alleen. Ik voelde me vrij maar eenzaam. Ik wilde Mexico zo snel mogelijk uit en door naar nieuwe landen. Zo kwam het dat ik in een dag doorreed van Cancun naar Belize City, de voormalige hoofdstad van Belize.
Ik kwam in het donker aan en ik voelde hoe onveilig het hier was op straat. Ik kreeg af en toe iets toegeroepen van groepen mensen op straat maar zonder kleerscheuren kwam ik aan bij een guesthouse. Er waren vijf gewapende wachten en ik moest 2 deuren met zware sloten door om binnen te komen. Gelukkig kon ik mijn motor achter slot in de tuin zetten. De volgende dag ging ik op stap de stad door. Alle winkels opereerden achter tralies. Zelfs in restaurantjes waren er stalen barrieres waar het eten door aangegeven werd zodat er niemand de keuken in kon breken. Overdag was het echter veilig genoeg om gewoon rond te lopen.

Belize is een piepklein landje tussen Mexico, Guatemala en de Caribische zee in geklemd, en was een Britse kolonie tot 1981. In de 17e en 18e eeuw was het een toevluchtsoord voor Europeesche piraten die de Caribieen onveilig maakten. Vandaag is het land lid van de Commonwealth, en het gezicht van de koningin van het verenigd koninkrijk staat op alle munten. Hoewel de bevolking over het algemeen arm is, is het land zelf heel duur. De officiele taal is Engels, hoewel een groot deel van de bevolking creools spreekt, een eigen taal met veel Engelse invloed, en Spaans is ook veel gesproken.
In 1961 raasde de orkaan Hattie van zee het Belizaanse vasteland in bij Belize City. Grote delen van de stad werden verwoest en de bvolking werd geevacueerd naar Hattieville, een nooddorp opgezet voor vluchtelingen. Na de orkaan besloot de regering (op dat punt nog steeds onder de Britten) om de hoofdstad van Belize te verhuizen naar Belmopan, in het midden van het land.

Ik reed door naar San Ignacio, vlakbij de Guatemalese grens. De hele tijd dat ik in Belize was regende het pijpestelen, om deze reden, en de prijzen in het land, ging ik gauw door naar Guatemala.

De wegen in Guatemala zijn heel goed, totdat soms plotseling het asfalt ophoud en het wegdek een dikke laag bagger is. Ik was op weg door een paar kilometer bagger toen ik erachter kwam dat mijn schakelpedaal van mijn motor afgevallen was. De motor stond in zijn 2e versnelling, en dat kon ik dus niet wisselen. Ik reed terug om naar het pedaal te zoeken, maar in 10 centimeter bagger was het zoeken naar een speld in een hooiberg. Na een uur zag ik wonder boven wonder het zo waardevolle stukje metaal uit de bagger omhoog steken.

Mijn eerste bestemming in Guatemala was Flores, een klein eilandje in een meer in de bergachtige El Peten regio. Hier vlakbij waren de ruines van Tikal, een belangrijke historische mayastad. Ik bezocht deze ruines en was blij dat het hier in Guatemala veel minder toeristisch is dan in sommige ruines in Mexico. De piramides in Tikal waren qua bouwstijl anders dan alle anderen die ik voorheen gezien had. De zijden waren veel steiler. Net als in Calakmul kon ik hier de piramides beklimmen en had ik uitzicht over de andere bouwwerken en verders niets dat groen zover het oog reikt.

Ik vertrok Flores richting het dorpje Lanquin. Ik volgde de borden Guatemala City, omdat dat dezelfde richting op was. Na ongeveer honderd kilometer kwam ik erachter dat de gewegwijzerde route naar Guatemala City een grote omweg nam en niet langs Lanquin kwam. Op de kaart was er een tussenweg richting Lanquin vanwaar ik was zodat ik niet de hele weg terug naar Flores hoefde te rijden. Alleen was dit wel een onverhardde weg. Zo kwam het dat ik die dag ongeveer 150 kilometer door de bagger reed en aan het eind van de dag helemaal gemangeld in Lanquin aankwam.

Ik ging op een toer naar Semuc Champey. De eerste activiteit was een grot, waar we allemaal een kaarsje kregen. Onze gids leidde ons diep deze grot in, op sommige punten moesten we zwemmen door de rivier die door de grot liep, en ons kaarsje boven water houden. We kwamen bij een waterval waar we met een touw tegenop klommen, en bij gaten in de vloer waar de rivier doorheen stortte, en wij onszelf ook doorheen lieten glijden, waarna we onze kaars opnieuw aan moesten steken. Dit was de spannendste grotervaring die ik tot nu toe gehad heb. Na twee uur in het water in de grot doorgebracht te hebben waren we allemaal koud tot op het bot. Buiten in de zon warmden we weer snel op. Er was een grote schommel waarmee we van een platfompje de rivier in konden schommelen, en de volgende uitdaging was van de brug de rivier inspringen. Deze brug was ongeveer 15 meter hoog en gaf je een paar seconden vrije val. Niet iedereen was op voor de sprong in het diepe.
Semuc Champey zelf is een natuurlijke kalkstenen brug van 200 meter lang over een razende rivier. Op deze brug hebben zich poelen gevormd, een uniek en prachtig fenomeen, dat we eerst vanuit een uitkijkpunt ver boven de rivier in zijn geheel konden zien. Tussen de poelen in heeft het water gedurende de jaren glijbanen uitgesleten, en door deze glijbanen konden we van poel naar poel glijden.

Lanquin is een schattig dorpje in een bergachtige omgving. Ik bleef hier een paar dagen om van de natuur te genieten. Vlakbij het dorpje is een andere grot, waar ik met zonsondergang naartoe ging. De reden dat ik dit tijdstip koos was omdat deze grot ook wel bekend staat als "The Batcave". De grot was namelijk een woning voor duizenden vleermuizen. Toen ik diep de grot in gelopen was, hoorde ik de ontelbare beestjes piepen en flappen met hun vleugels zonder dat ik ze kon zien. Toen het begon te schemeren zocht ik een mooi plekje bij de ingang van de grot om te zitten. Zogauw het buiten een beetje donker werd begonnen de eerste vleermuizen naar buiten te vliegen. De nacht is voedertijd voor de vleermuizen, en iedere dag trokken deze beestjes er massaal op uit om insecten te gaan jagen. Met honderden tegelijk flapperden ze over mijn hoofd door de ingang van de grot naar buiten. Ik bleef een half uur zitten om van deze unieke ervaring te genieten. De uittocht van de vleermuizen duurt tot wel 2 uur, dus op een gegeven moment ben ik opgestaan om terug naar het dorp te lopen. Het is ongelofelijk hoe precies deze beestjes kunnen navigeren in het donker. Zelfs toen ik rechtop in de ingang stond, vloog er geeneen tegen me aan.

Ik had afgesproken om met wat mensen in Antigua, een oude spaanse koloniale stad en eens de hoofdstad van heel Spaans Centraal Amerika, te ontmoeten. Op weg naar Antigua reed ik door Guatemala City, de stad met gemiddeld 42 moorden per week een van de gevaarlijkste steden ter wereld. Volgens bepaalde statistieken de op 2 na gevaarlijkste stad ter wereld, na San Salvador in El Salvador op nummer 2 en Tegucigalpa in Honduras als meest onveilige stad ter wereld. Ik raakte hier door het gebrek aan wegwijzering een beetje verdwaald. Niet de beste plek om verdwaald te raken, maar gelukkig kon ik uiteindelijk mijn weg vinden en werd ik niet vermoord.

Antigua is een mooie stad, maar er is verders niet veel te doen. Er is een vulkaan vlakbij die je kan beklimmen, maar als je niet met een georganiseerde toer met gewapende gids gaat is de kans op een gewapende overval erg groot. Ik was van plan om zelf de klim te maken maar de dag ervoor kwam ik 2 Amerikanen tegen die met een geweer tegen hun hoofd verzocht werden hun kostbaarheden af te geven op de vulkaan. De veiligheidssituatie is ook aan te voelen door de aanwezigheid van shotguns overal. Zelfs de macdonalds heeft een bewaker met een shotgun voor de deur staan.

Ik ging door naar San Pedro aan het Atitlan meer. JP, De Australier die ik sinds Flores overal tegengekomen was kwam voor deze rit achterop.
San Pedro is een leuk klein dorpje aan het water. Het Atitlan meer heeft geen uitstroom, en het waterpeil is in de laatste paar jaar ongeveer 3 meter gestegen. Hierdoor staan de huizen aan de waterkant nu onder water en zijn verlaten. Het heeft iets naargeestigs om deze huizen te zien waar het water nu halverwege de eerste verdieping tegen de paar ruiten die nog in de vensters zitten kabbelt.
De pier waar de passagiersbootjes die het meer kruisen aanmeren is ook diep onder water verdwenen en er is een nieuwe, drijvende pier gebouwd.

Er waren de afgelopen week 3 mensen vermoord in San Pedro en de politie had een avondklok om 11 uur síavonds in werking gesteld. Om 11 uur gingen dus alle barren en winkels dicht.

Ik nam met JP een bootje naar San Marcus, en dorpje aan de overkant. Het bootritje duurde tien minuten. In San Marcus is een platform waarvan je van 10 meter hoog in het meer kon springen. Na een paar sprongen ging ik voor een duik. JP stond met zijn camera beneden om het vast te leggen. Met een aanloopje rende ik van het platform, maar door een verkeerde stap aan het eind ging de duik ietwat verkeerd en landde ik recht op mijn gezicht. Ondanks de veronderstelling die we allemaal hebben dat water zacht is om in te landen kwam deze klap aardig aan. Ik kon eerst een paar tellen niet ademen en ik had een tant door mijn lip van de klap. Die avond voelde ik een irritante pijn in mijn nek.

De volgende dag vertrok ik richting Quetzaltenango. Deze stad, beter bekend onder haar oude maya naam, Xela, ligt op 2400 meter in de bergen en sínachts koelt het hier aardig af. Mijn doel hier was de Santa Maria vulkaan van 3700 meter te beklimmen. Toen ik aankwam voelde ik me echter behoorlijk slecht. De pijn in mijn nek had zich uitgebreid in een stevige hoofdpijn en een algeheel onwel gevoel. Ik huurde samen met JP een kamertje met een garagedeur, zodat ik mijn motor binnen in de kamer kon zetten. Voor ruim een week voelde ik me afschuwelijk, ik vermoed dat ik een lichte hersenschudding opgelopen had bij mijn val in het water. De hoofdpijn die maar niet afnam verhinderde me van welke soort fysieke activiteit. Uiteindelijk nam de hoofdpijn toch af en begon ik me weer beter te voelen.

Na anderhalve week vertrok ik op een zaterdagochtend samen met JP en Steve, een Ier, op weg naar Santa Maria. We namen een bus naar een dorpje aan de voet van de vulkaan en begonnen aan de besteiging. De klim was ongeloofelijk stijl, en het duurde ons het grootste deel van de dag om aan de top te komen. Er waren meer mensen aan de top, Guatemalen en buitenlanders. We kampeerden op de top van de vulkaan. Om 4 uur síochtends stonden we op terwijl de rest van de mensen nog lagen te slapen. In het donker konden we de lichtjes van Xela in de verte zien, en als we de andere kant op keken, zagen we de rode gloed van het lava in de krater van Santiaguito, een kleinere, actieve vulkaan waar we perfect zicht op hadden. Santiaguito barstte ongeveer iedere 40 minuten uit, en in het zwart van de nacht zagen we de krater een explosie van vuur de hemel in blazen voordat de knal van de eruptie ons oor berijkte.

Een uurtje later schouwden we de zon die aan de horizon verscheen aan en warmden we ons met haar zonnestralen op onze huid.   
voeg een reactie toe