Onderweg naar de stad Oaxaca viel een van de vier uitlaatbochten bij de cilinder uit de motor. Dit gebeurde wel vaker, maar altijd bleef de pijp op het punt waar hij aan de demper vastzat hangen. Daarom maakte ik me geen zorgen en reed ik, ondanks dat de motor een beetje meer herrie maakte, nog een klein uurtje door tot ik honger had voor de lunch, en ik stopte bij een tacokraampje langs de weg. Nu had de pijp even tijd om af te koelen, zodat ik he daarna weer terug op zijn plek kon duwen. Na mijn heerlijke taco’s keek ik onder de motor en zag ik tot mijn verbazing dat de hele pijp weg was. Hij was losgekomen bij de demper en van de motor afgevallen ergens in het laatste uur. Ik reed het hele stuk terug en daarna nog een keer om de pijp op te zoeken, maar ik kon hem niet meer vinden. Ik vermoed dat iemand hem heeft zien liggen en gedacht heeft dat het een mooi onderdeel was voor zijn eigen bromfiets. Zo kwam het dat ik de eerste paar dagen in Oaxaca bezig was. Ik vond een uitlaatboer die ik een mooi nieuw bochtje liet buigen, terwijl ik zijn werkplaats en gereedschap mocht gebruiken om zelf wat aan mijn motor te klussen. Het mannetje had dezelfde vriendelijkheid in zich die ik in de meeste Mexicaanse mensen vind.

In de stad Oaxaca, de hoofdstad van de staat Oaxaca, zetelde ik me in het hostel om wat meer spaans te leren. Hier leerde ik veel coole mensen kennen waarvan er veel ook spaans aan het leren waren, of spaans als enige taal spraken. Hierdoor verbeterde mijn spaans zich behoorlijk, en op een leuke manier. Met mensen waar ik al snel mee bevriend raakte ging ik alle plekken in het stadje langs, waar veel evenementen aan de gangwaren. Driekoningen, op 6 Januari, is een erg belangrijke feestdag in Mexico. Dit is de datum waarop veel kinderen kadootjes krijgen. Iedere avond was er een lichtfestival op de Zócalo, het centrale plein. Met projectors werd er op de voorgevel van de kerk een prachtige lichtshow uitgevoerd.

Op een van de laatste dagen ging ik met Takeshi, een Japanner die ook spaans spreekt, naar het sportpark om te kijken of we een potje konden voetballen. We vonden een paar Mexicaanse jongens die een balletje aan het trappen waren waar we ons bij voegden. Wij hadden alleen slippers bij ons, dus we speelden op blote voeten. Het enige probleem wasdat het veldje van beton was. De eerste paar potjes gingen prima, maar daarna raakten we zo enthousiast dat we veel te lang door bleven spelen. Op het eind strompelden we allebei van het veld af met onze voeten aan vellen.

De volgende dag vertrok ik naar een boerderij in de buurt van de stad, waar ik samen met Claudie, een frans-canadeese die ik in Puerto Vallarta al had leren kennen en nu hier aankwam, een tijdje vrijwilligerswerk ging doen. Deze boerderij was een dierenopvang voor mishandelde of oude dieren, die gedumpt waren of afgemaakt zouden worden. Er waren paarden, koeien, schapen, geiten, honden, katten, eenden, ganzen, duiven, fazanten, pauwen, kippen, kalkoenen, hamsters, konijnen, wasberen, varkens, aligators, een aap en Charlie de struisvogel. De eerste dag liep ik een beetje moeilijk met mijn vernielde voeten, niet ideaal op een boerderij. De volgende dag waren mijn voetzolen iets geheeld, maar een schaafwondje bovenop mijn linkervoet raakte geinfecteerd. Na een dag was mijn linkervoet opgezwollen tot twee keer het formaat van mijn rechtervoet. Ik kon geen stap lopen zonder ongelofelijke pijn aan mijn voet te hebben. Na de wond weer opengesneden en goed schoongemaakt te hebben werd het na een dag weer iets beter zodat ik weer kon lopen. voor 2 weken wilde de wond niet fatsoenlijk helen.
Er was dus een hoop werk in het voeren van de dieren. Daarnaast werden er ook nieuwe paardenstallen gebouwd. Ik hielp Raoul, de man die ingehuurd was om de stallen te bouwen. Omdat we vlakbij Oaxaca waren en ik een motor had reden we regelmatig naar de stad om boodschappen te doen of om s’avonds een beetje te ontspannen. We woonden hier een kleine 2 weken op de boerderij.

Na nog een daagje in de stad gebleven te hebben vertrokken Claudie en ik op weg naar Cancun. Het werd tijd voor mij om die kant op te gaan, omdat aan het eind van de maand mijn familie daar zou landen. Claudie had een vlucht naar Costa Rica uit Cancun rond dezelfde tijd, dus dat was een mooi excuus voor een roadtrip met zijn tweeen. Net als met Lars in California, bond ik onze twee rugzakken achterop het rek. Onze eerste bestemming was het strand in Oaxaca staat.
Na een volle dag rijden kwamen we aan in Mazunte, een vissersdorpje aan de grote oceaan. Hier in de buurt vonden we een strand waar we met de motor bij konden komen. Hier zetten we onze tent op. We maakten een vuurtje en genoten van het verlaten strand in het maanlicht. De volgende dag werden we wakker met de zonsopgang. Nu konden we voor het eerst het hele strand goed zien. Het was ongeveer 300 meter lang en aan allebei de kanten ingesloten door kliffen. We besloten hier een dag te blijven en ons verlaten strand vollop te beleven. Met uitzondering van het middaguur, toen we even naar het dorpje reden om te eten, bleven we de hele dag op het strand. De rotsen aan het eind van het strand zaten vol met grote krabben, die bij iedere stap die ik zette een stukje verder uiteen renden.

Een klein beetje verbrand reden we door richting San Christobal de las Casas, in de staat Chiapas, waar we na 2 dagen rijden aankwamen. Omdat dit een heel aangenaam stadje is, verbleven we hier ook twee nachten. De staten Oaxaca en Chiapas zijn allebij bergachtig, maar nu we doorreden het Yucatan schiereiland in, werd het landschap vlak en de wegen recht. De eerste nacht in de Yucatan kampeerden we in een cactusgaard. In de nacht barstte er een enorme onweersbui los en de regen hield aan tot in de ochtend. Een beetje nat en koud gingen we maar op weg, maar de hele dag bleven er buitjes vallen. Op de motor was dat niet ideaal. Een van de meest irritante dingen aan het rijden in Mexico zijn de verkeersdrempels. Op de meest onlogische plekken, soms midden op de snelweg, liggen er drempels die zo hoog en steil zijn dat je tot een complete stop moet komen wil je niet gelanceerd worden. Vaak zijn er geen borden om je te waarschuwen dat er een drempel aankomt, en ze zijn allemaal gemaakt van asfalt zodat ze bijna niet te zien zijn. Tijdens het rijden in Mexico let ik dan ook altijd heel geconcentreerd op de weg. Op een gegeven moment die dag was er weer een drempel in de weg. Ik remde af tot een kilometertje of 15 per uur. Op het moment dat mijn voorwiel de drempel opreed, boog het spatbord zich tegen de band aan en blokkeerde het wiel. Ondanks onze lage snelheid gingen we met een geblokkeerd wiel natuurlijk onderuit. Door het vele gewicht op de motor was het nog steeds een harde smak en lagen we allebei vast met ons been onder de motor. Ik wist de motor zo op te tillen zodat we er onder vandaan konden. Claudie Had gelukkig niets, ik had alleen wat schaafwonden hier en daar. Ik moest het spatbord demonteren en daarna konden we weer verder.
Nu werden de buien helemaal irritant, omdat het water nu constant door mijn voorwiel omhoog gegooid werd. Door de rijsnelheid werd alles in mijn gezicht gegooid. Hierdoor kon ik maar heel langzaam rijden. Die nacht kwamen we in een klein dorpje genaamd Xpujil. Hier huurden we een kamertje voor de nacht omdat al onze spullen en wijzelf nat waren.

De volgende dag scheen de zon weer. In de zon bleef Claudie in slaap vallen achterop de motor en tegen me aan vallen. Op een gegeven moment zat ze een half uur te slapen achterop de motor. Aan het eind van die dag kwamen we aan in Cancun, het eindpunt van de 2000 kilometer lange rit van Oaxaca. Het was kwart voor 8 s’avonds. Om kwart voor 9 landde mijn familie op het vliegveld.   
voeg een reactie toe