2011-12-02 - Route 66

Sean en Bloss, het Australische koppel waarmee ik samen in het noorden van India op motoren door de bergen en de rivieren heb lopen crossen, woonden nu in Vancouver. Ze hadden in Amerika weer een motor gekocht en waren nu hard aan het werk om geld te sparen om deze motor naar het puntje van zuid Amerika te rijden. Een vriend van hen was op het moment op vakantie dus waren ze voor een weekje verhuisd naar dat appartement. Ik kon die week in hun eigen appartement verblijven. Dit was eenaangename manier van leven na de wekenlang die ik buiten in mijn tent doorgebracht had. In Vancouver was toevallig net de Calabration of light aan de gang. Dit is een internationale vuurwerk competitie. Hierbij word er op muziek gesynchroniseerd een half uur lang de meest indrukwekkende pijlen de lucht ingeschoten.
Doordat Sean een beetje met zijn motor aan het rondcrossen was kreeg ik ook weer een beetje de kriebels en ging ik ook weer op zoek naar een motor. Na enig zoeken en rondgebel kwam ik uit bij een Suzuki gs 850 uit 1981. Na een keertje te zijn gaan kijken ging ik liftend naar het adres toe en kwam ik met de motor terug. Op het internet vond ik nog een paar zadeltassen en een tanktas en zo kon ik alles, inclusief de 2 reservebanden die ik erbij had gekregen, achterop de motor kwijt.
Na weer afscheid van Sean en Bloss te hebben genomen (zij vertrokken ook binnen een maand riching zuid Amerika), reed ik naar de veerboot die me van Vancouver naar Vancouver eiland bracht. Op de boot parkeerde ik mijn 30 jaar oude motor met alle bepakking en 2 banden naast alle nieuwe tweewielers die ook de overtocht maakten. Dit gaf een aardig contrast. Eenmaal op het eiland maakte ik mijn weg naar Victoria. Hier woonde Indiana, een franse meid die ik in Nepal al tegen was gekomen en die nu hier studeerde. Hier kon ik een paar dagen terecht. Victoria is de hoofdstad van British Colombia en een van de oudste steden aan de westkust van Canada, gesticht door de Britten halverwege de 19e eeuw en heeft een aantal historische gebouwen, inclusief het parlementsgebouw, van meer als 100 jaar oud. Dit geeft de binnenstad een erg Europese uitstraling. Na een paar dagen in Victoria verbleven te hebben ging ik op een toer rond het eiland. De eerste paar honderd kilometer nam ik een binnendoorweggetje. Dit waren houthakkers wegen die puur voor het vervoer van boomstammen en materiaal zijn aangelegd, en er dus meer uitzag als een platgewalst stukje bos met wat gravel erop als een weg. Ik moest in het enige kleine dorpje dat ik tegenkwam in de haven benzine die voor de boten bestemd was halen, want een benzinepomp was er niet. Ook hier op het eiland vond ik de mooiste kampeerplekken. Ik maakte mijn weg naar het prachtige Ucluelet en Tofino aan de Pacifische oceaan, waarna ik weer terug naar Victoria ging.
Het werd tijd dat ik mijn weg richting Chicago maakte, dus ik vertrok richting het oosten. Na een paar dagen rijden in British Colombia kwam ik in Creston. Hier wist ik dat Herve, de Canadees uit Quebec waarmee ik in het noorden van India een paar weken heb opgetrokken, dit seizoen zat om kersen te plukken. Ik zocht hem op op de boerderij waar hij werkte. Hier zat een heel groepje jonge gasten die allemaal voor het seizoen in tenten op de boerderij leefden. Het was heel goed om Herve weer een keer te zien en de avonturen uit India weer naar boven te halen. s’Avonds was er een feestje georganiseerd, er was een hoop eten, bier en een hele berg volk rond het kampvuur.
Vlak ten zuiden van Creston is er een grensovergang tussen Canada en de VS. Hier probeerde ik de grens over te steken, maar dat ging niet vanzelf. Toen de grenswacht zag dat ik een visa voor langere tijd had werd ik aan de kant gezet en in het kantoortje neergezet. Na een tijdje kwam er een beambte binnen die me begon te ondervragen waarom ik zolang in de VS wilde blijven. Ik legde mijn reisplannen uit maar erg tevreden was hij er niet mee. Er werd me 5 keer gevraagd of ik een vuurwapen op zak had en ik moest al mijn zakken leegmaken. Al mijn bagage werd van mijn motor afgehaald en doorzocht. Het bleek uiteindelijk dat ze bang waren dat ik zou gaan werken in de VS zonder vergunning. De stempel die in Alaska in mijn paspoort is gezet was voor een jaar geldig en daarmee kan ik dus tot July volgend jaar in Amerika blijven. Na 2 uur heen en weer geouwehoer lieten ze me eindelijk door.
Ik kwam aan in de staat Idaho. Hier was ik al snel doorheen naar Montana. Dit gebied is nog steeds heel bergachtig en ik kon er nog makkelijk mooie kampeerplekjes vinden aan riviertjes waar ik me een beetje kon wassen. Na een paar dagen kwam ik in Wyoming. In het westen ligt Yellowstone national park, maar in het oosten is het een vlakke bedoening. De wegen strekten zich nu recht uit en de zon brandde fel omlaag. Bomen waren niet meer te bekennen en het enige dat af en toe het prikkeldraad aan de kant van de weg onderbrak was een poort van een ranch met erachter een zandweg die in de verte verdween. Aleen in de steden en dorpjes kon ik soms wat schaduw vinden in een park waar ik wat kon lunchen. In South Dakota reed ik langs mount Rushmore. Dit is de welbekende berg met de gezichten van de eerste vier presidented van de Verenigde Staten erin gekerfd. Dit was het laatste kleine stukje bergen totdat ik de staten South Dakota, Nebraska, Iowa en Minnesota door was en in Wisconsin weer kleine heuveltjes tegenkwam. In Iowa kwam ik langs het stadje Orange. Hier wonen blijkbaar veel mensen van Nederlandse afkomst, want het hele stadje was in het thema Nederland. Er stond Welkom op de borden, een echte windmolen en in het centrum waren er zogenaamde gevelpandjes. Veel huizen hadden Nederlandse achternamen op de brievenbussen staan. Bij toevel kwam ik door dit stadje heen maar blijkbaar zijn er meer van zulk soort stadjes versprijd over Amerika. Niet alleen in Nederlandse maar ook in stijlen van verschillende andere naties.
Uiteindelijk kwam ik in Illinois en arriveerde ik in Chicago. Ik had hier een couchsurfing adresje geregeld waar ik terecht kon en waar Cindy en Andre ook konden blijven toen ze aankwamen. Lars was ook een paar dagen eerder aangekomen in Chicago en zat in een hostel. Ik zocht hem op en met zijn tweeen gingen we een beetje de parken langs het meer af. Chicago ligt aan Lake Michigan, een van de "Great Lakes" die tussen Canada en de VS liggen. In Nederlandse begrippen heeft Lake Michigan meer de dimenties van een zee, wat maakt dat Chicago een erg winderige stad is en ook de bijnaam "the windy city" heeft.
Toen Cindy en Andre aangekomen waren, gingen we vrijwel meteen op zoek naar motoren die we voor hen konden aanschaffen. Hier ging wat tijd in zitten maar gelukkig was het geen probleem om wat langer te blijven bij de couchsurfer. We verbleven in een studentenhuis waar 8 man woonde en het niet echt uitmaakte hoeveel mensen er op ieder gegeven moment in het huis waren. Na enige tijd hadden we twee motoren gekocht en verzekerd en konden we op weg. We begonnen aan de 3945 kilometer lange route 66.
De eerste paar dagen door Illinois gingen voorspoedig. Er zijn bordjes langs de weg die de weg langs de oude route 66 wijzen. De nachten brachten we door kamperend op iedere plaats die we daarvoor geschikt achtten. Soms gewoon aan de kant van de weg, soms in een veld, en soms vonden we een mooi plekje langs een rivier. Koken deden we op houtvuur, met soms een 4-pannenmaaltijd.
In st. Louis, Missouri, liet ik de banden van mijn motor verwisselen. Dit was hard nodig en gelukkig had ik een set extra banden met de aanschaf van mijn motor in Canada gekregen die ik achterop meegenomen had. Die nacht sliepen we net buiten st Louis langs een riviertje. Na een prakkie gekookt te hebben gingen we slapen. Midden in de nacht werden we allemaal wakker door een enorme onweersbui die recht boven ons hoofd losbarstte. Het begon te regenen dat het stortte en dat hield ook niet meer op. De volgende morgen kwam ik uit mijn tent en zag ik dat mijn motor doordat de grond zompig geworden was omgezakt was. Mijn tassen zaten onder de motorhoes op de motor, maar omdat deze nu op zijn kant lag was de hoes volgelopen met water en was letterlijk alles nat. Ik zette mijn motor overeind en begon mijn spullen uit te hangen, maar de volgende bui barstte al los en we doken snel onze tent in om te schuilen. Die dag regende het zo hard dat het onmogelijk was om onze tent uit te komen zonder meteen doorweekt te zijn. Het hield ook niet op tot de avond, wanneer we snel een maaltje konden koken voordat het donker was. De ochtend na deze verspilde dag begon zonnig. We konden een beetje opdrogen voordat we inpakten en op weg gingen. Later die dag kwamen de wolken echter terug en begon de regen weer. Gelukkig niet zo hard als de dag ervoor maar op de motor ben je al snel nat. Zo ging het de komende vijf dagen door. Het moraal ging hard achteruit en zelf kwamen we niet echt hard vooruit. De vijfde dag Hadden we hetzelfde probleem als de eerste en zaten we nog een dag vast in onze tent. De dag dat we daar vertrokken van ons kampeerplekje stond er een auto aan het begin van het weggetje. Zodra we dichterbij kwamen kwam er een man uit de auto die ons aanhield. Er hing een geweer uit zijn broek. Het bleek dat hij de eigenaar van het terrein was en hij had de sherrif al aan de lijn. We stonden dichtbij genoeg om het gesprek te volgen en het bleek gelukkig dat de sherrif dacht dat hij zich niet zo moest aanstellen, dus hij liet ons gaan. Zogauw we Missouri uit waren was het weer droog. Al deze regen maakte onze ervaring van Missouri niet geweldig.
Na een puntje Kansas doorgereden te zijn kwamen we in Oklahoma. We gingen al de route 66 bezienswaardigheden weer af. Zo hadden we in Illinois al een gigantische huifkar met een pop van president Lincoln gezien en in missouri de grootste schommelstoel ter wereld. Hier kwamen we langs s’werelds grootste totempaal en de "Blue Whale", een grote blauwe walvis die in een waterpark staat, en een grote ronde schuur. Omdat deze staten geen spectaculaire landschappen hebben zijn dit ongeveer de grootste attracties.
Net buiten Oklahoma City reden we een kilometer of 10 een gravelweg op en vonden we een mooi plekje om te kamperen. Die nacht regende het weer behoorlijk, maar in de ochtend was de bui voorbij. We pakten ons boeltje op de motor en gingen op weg. Zo gauw we van het gras op de gravelweg waren, bleek dit iets makkelijker gezegd als gedaan. De regen had de gravel in dikke modder veranderd. Het rijden hierin bleek onmogelijk omdat de modder zo dik was en de stenen erin aan de wielen bleven plakken. Hierdoor liepen de voorwielen vast door de modder die zich ophoopte tussen het wiel en het spatbord. Daarbij was de weg spekglad. Na een hele tijd klooien en maar hele kleine stukjes vooruit gekomen te zijn besloten we de spatborden te demonteren. Bij Andre en mijn motor ging dat prima en zo konden we een heel stuk makkelijker vooruit komen. Cindy’s spatbord kon echter niet verwijderd worden zonder het wiel te demonteren. Het ging dus nog steeds niet erg snel. Gelukkig waren alle wolken opgetrokken en brandde de zon hard neer. De modder droogde redelijk snel op en naarmate de dag vorderde werd het steeds makkelijker om vooruit te komen. Uiteindelijk was het alweer het eind van de middag voordat we weer bij de hoofdweg aankwamen. We besloten wat te eten bij de ronde schuur waar we de dag ervoor besloten hadden om een slaapplek te gaan zoeken.
Terwijl een beetje de bagger van onze motors af aan het peuteren waren en de spatborden er weer opschroefden kwam er steeds meer volk aan bij de schuur. Bleek dat er die avond een feestje georganiseerd was. Iedereen die langs kwam lopen maakte even een praatje. Een man kwam verschillende malen terug en was erg onder de indruk van onze reis. Uiteindelijk kwam hij weer op ons af en bood ons aan om die nacht in zijn huis door te brengen, waar we ook meteen de motors konden wassen. Dit was natuurlijk geen gek aanbod en we stemden toe. Nadat het feestje afgelopen was reden we achter Dave, en zijn vrouw Jeri aan naar hun huis. Hij vertelde ons over de state fair die die week in de stad aan de gang was. Daar besloten we de volgende dag dus heen te gaan. Dit was een echt typische Amerikaanse belevenis. Op de fair waren dierenshows, van paarden tot schapen en geiten tot lamas. Er was ook een kermis bij en overal waren kraampjes met typisch "fairfood". Dit eten was vooral veel vet en bijna alles werd gefrituurd. Het gekste dat we tegenkwamen was "deep fried garlic mashed potatoes on a stick" gefrituurde gestampte aardappelen met knoflook op een stokje. In de avond was er ook nog een rodeo, waarmee dit een hele typische zuidelijke VS ervaring werd. Die avond reden we terug naar het huis van Dave en Jeri, waar we nog een nacht mochten blijven. Het bier stond al koud toen we arriveerden en het werd een gezellige en avond.
Na Oklahoma City kwamen we al gauw in Texas. Hier werd het landschap pas echt saai. De wegen waren niets anders dan kaarsrecht en liepen door een vlak landschap zonder enige afwisseling. We kwamen aan in Amarillo en gingen op zoek naar een slaapplek. Na enig rondvragen hoorden we van de Palo Duro canyon, iets ten zuiden van Amarillo. We besloten erheen te gaan. Niets in het landschap wees op een canyon maar plotseling was er een gigantische kloof. Hier konden we kamperen. De volgende dag hebben we een wandeling door de canyon gedaan. Het was er erg heet maar er waren erg mooie rotsformaties.
Net buiten Amarillo was de cadillac ranch, nog een route 66 attractie. Hier zijn tien cadillacs met hun neus in de grond begraven.
Het duurde niet lang voordat we in New Mexico aankwamen. Hier kwamen er gelijdelijk aan tafelbergen aan de horizon tevoorschijn en toen we iets verder naar het noorden kwamen reden we de bergen in. New Mexico highway 4 is een mooie route die door de bergen in het noorden van New Mexico loopt. We kwamen langs watervallen en besteedden een halve dag in de hot springs, een natuurlijk hete bron, om even lekker helemaal los te weken. We hadden het plan gemaakt om hier van route 66 af te wijken om naar het noorden de staten Colorado en Utah ook te bezoeken.
Colorado staat bekend als de bergachtige staat. De rocky mountains beginnen in het noorden van New Mexico en lopen dan door Colorado verder naar het noorden. Door Colorado rijden we highway 550. Deze weg gaat dwars door de bergen en steekt 3 bergpassen over, allen boven de 3000 meter. Zodra we op wat grotere hoogte kwamen kwam er weer regen opzetten wat de rit uiteraard niet plezanter maakte. De bomen waren allemaal volop in hun herfstkkleuren en al met al was het ondanks de regen een prachtige rit.
Na een paar dagen in de bergen voerde de weg ons verder naar het westen naar Utah. We arriveerden in het plaatsje Moab toen het al donker begon te worden. We vonden een betaalbaar hostel en sliepen dus weer een keertje binnen. Moab is het centrum voor verschillende parken en outdooractiviteiten in de omgeving. Wij bezochten Arches national park. Dit is een landschap vol met natuurlijke bogen, die door miljoenen jaren geologische activiteid en erosie uit de rotsen gevormd zijn. Na een hele dag in het park geweest te zijn en een prachtige zonsondergang gezien te hebben besloten we de dag erop nog terug te gaan. Toen we Moab verlieten waren we van plan via het noorden naar de Grand Canyon te rijden. Onderweg zouden we dan nog verschillende mooie landschappen doorkruisen die mensen ons aangeraden hadden. We kampeerden de eerste nacht iets ten noorden van Moab. De volgende dag was het verschrikkelijk koud en kwam er een enorme onweersbui aanzetten. We besloten maar terug naar Moab te gaan om de bui uit te zitten. Hier zagen we op het internet dat er voor de komende week een koudefront verwacht werd in Utah, met veel sneeuw. Dit nieuws maakte dat we onze plannen wijzigden en naar de zuidkant van de Grand Canyon gingen in plaats van de noordkant, die wat hoger is. Zo misten we wel wat mooie gebieden, maar waarschijnlijk zouden die toch onder de sneeuw liggen en dat zou op de motor geen pretje zijn.
Onze rit naar het zuiden bracht ons door Monument Valley, op de grens van Utah en Arizona gelegen. Hier is het landschap vol met tafelbergen en vreemde rotsformaties, waar de weg dwars doorheen loopt. Het was ondertussen alweer wat warmer toen de weg begon te steigen en over een bergpas liep. Bovenaan waren we alweer zo koud dat we even moesten stoppen bij het pompstation om op te warmen. Terwijl we binnen zater begonnen er buiten sneeuwvlokken te vallen. Terwijl we het aankeken werden de vlokken steeds dikker en begon er een laagje sneeuw op de grond te komen. Alle motorrijders die deze route reden stopten nu bij de benzinepomp, dat het enige gebouw in de omtrek was. Na een tijdje viel de stroom uit en begonnen de medewerkers de zaak af te sluiten. Wij moesten dus naar buiten de sneeuw in. Op het moment dat we de deur uitliepen kwam gelukkig de stroom net weer terug en hielden ze de zaak toch open. Na een aantal uur stopte de bui en kwam de zon weer door, en zo konden we nu weer na een lang oponthoud weer op weg.
De Grand Canyon is uniek. Het moment dat je bij de rand aankomt en het gat in de grond ziet realiseer je je dat dit een stukje landschap is dat nergens ander op aarde te zien is. De Colorado river heeft de kloof de aarde ingesleten. Met een diepte tot 1800 meter en een breedte van 29 kilometer is het aardig aan de maat te noemen. De weg voerde ons langs de canyon waar op verschillende punten je op het uiterste randje kunt staan. Nog een onvergetelijke ervaring.
We reden door richting Las Vegas. We waren nu weer in warm woestijnweer wat best welkom was na alle kou.
Na een aantal dagen rijden en een keertje in de woestijn zonder benzine gelopen te zijn (wat we oplosten met benzine overhevelen met een slangetje, om er later achter te komen dat de benzinepomp maar een paar honderd meter verderoop was) kwamen we bij de Hooverdam. Deze iconische stuwdam is gebouwd in de jaren 30 voor water- en elektriciteidsvoorziening. Het is een immens bouwwerk dat de Colorado river temt. Achter de dam ligt nu Lake Mead.
Las Vegas ligt vlak naast de Hoover dam. Hier bleven we eerst een nacht in het Golden Nugget hotel. Dit was best een luxe bedoening met een Casino binnen en zelfs een zwembad. Midden in het zwembad was een groot aquarium waar haaien in rondzwommen en waar een glijbaan dwars doorheen liep. Na de eerste nacht verhuisden we naar een hostel. "The Strip" is de grote boulevard waar alle beroemde casino’s in Las Vegas zich aan bevinden. Het is een ongeloofelijk schouwspel van licht en geluid. Ieder casino heeft een eigen thema, zo is er "Paris Paris" met een eifeltoren in de voortuin, "The Venetian" met binnen een nagemaakt Venetiaans canaal met gondelboten. "Excalibur" ziet eruit als een kasteel en "New York New York" heeft een vrijheidsbeeld voor de deur. De hoeveelheid geld en rijkdom aanwezig hier is niet te vergelijken met welke andrere stad dan ook. In Las Vegas bevond zich ook een ouderwetse Drive In bioscoop. We hadden besloten hierheen te gaan met de motors, maar we kwamen er achter dat je voor het geluid van de film je autoradio op de juiste zender af moest stellen. En we hadden geen autoradio. Gelukkig was er een andere reiziger, Stefan, in het hostel met een auto die mee wilde naar de drive in, en hij had een gehuurde auto. Zo kwam het dat we met zijn drieen op de motor een film lagen te kijken naast Stefan in zijn auto met de deur open en het geluid hard aan. Aan het eind van de film was hij stokdoof maar wij hadden goed geluid gehad.
Na Las Vegas reden we naar Death Valley. Deze vallei heeft zijn lugubere naam gekregen door de onherbergzaamheid en de droogte. Het is een van de heetste plekken op aarde, en de laagste plek in de Verenigde Staten. Zodra we de vallei binnenreden kwam de hitte ons tegemoet. Onderin de vallei waren zandduinen. Die nacht kampeerden we in Death Valley. De volgende dag reden we de lengte van de vallei uit, wat ons langs Badwater basin bracht. Dit is met 85 meter onder de zeespiegel het laagste punt in Amerika. Het basin is een grote zoutvlakte, dat net lijkt op sneeuw, en waar het ongeloofelijk heet was. Toen we Death Valley uitreden waren we midden in de Mojave woestijn. Lange rechte wegen door droge, hete kale landschappen.
Uiteindelijk kwamen we in Los Angeles aan. Hier eindigd route 66 aan de Oceaan. Na de route door de eindeloze stad uitgereden te hebben bleek dat we nog ruim een week hadden voordat Cindy en Andre vanuit Los Angeles naar huis zouden vliegen. We besloten highway 1 naar het noorden te rijden. We hadden van verschillende mensen al gehoord dat highway 1 zeker de moeite waard was. Deze weg loopt langs de Pacifische kust naar het noorden. De eerste anderhalve dag reden we echter in de mist. Het was koud en vochtig en niet heel lekker om te rijden. We kwamen langs een strandje waar een kolonie zeeolifanten huisde. Die middag kwamen we af en toe hoog genoeg op de heuvels dat we boven de mist kwamen, en dat was prachtig. De mist hing maar enkele tientallen meters hoog en daarboven straalde de zon. We zagen de kustheuvels de mist in lopen en hoorden beneden de branding. Later die dag klaarde het op en sindsdien scheen alleen nog maar de zon.
We kwamen aan in San Francisco en gingen op zoek naar een hostel. We stonden versteld van de prijzen, die hier hoger waren dan overal waar we tot nu toe geweest waren. We besloten daarom om maar een nacht te blijven. San Francisco is een mooie stad, gebouwd op enorm steile heuvels. Sommige wegen zijn daardoor ook heel steil en lastig te rijden. Na de stad bekeken te hebben en een kijkje genomen te hebben bij de Golden Gate Bridge gingen we terug op weg, ditmaal over de snelweg, naar Los Angeles.
In Los Angeles begonnen we meteen met de verkoop van Cindy en Andre’s motoren. Gelukkig bleek dit niet heel moeilijk en kregen we beide motoren verkocht. De laatste dagen werden besteed aan winkelen, nog een keertje naar het strand gaan en de stad bekijken. Los Angeles is niet de meest charismatische stad, wel enorm groot. Om even naar de binnenstad te gaan ben je gauw een half uur over de snelweg onderweg. Cindy’s motor was verkocht, maar we moesten nog een keer van adres verhuizen, omdat we een couchsurfing adresje gevonden hadden. Cindy en Andre gingen dus samen op een motor, en we bonden allebei hun backpacks, en Cindy’s tanktas, plus mijn eigen backpack, zadeltassen en tanktas op mijn motor. Dit was een aardig gewichtje en de bepakking was hoger dan Cindy als ze ernaast stond. Gelukkig kon het meisje waar we bleven ons met de auto naar het vliegveld rijden.
Zo kwam er een eind aan een spectaculaire reis dwars door de Verenigde Staten. Een ervaring met zijn drieen die ik nooit zal vergeten. Het afscheid was weer even moeilijk.    
KgICzDA2N
Hoi ben geen klant van je maar de oproer op de zdejiek is letterlijk belachelijk .. Blijkbaar een beautysalon op en top .. Met klanten zowel in binnenland/ buitenland / velen die op de zdejiek staan!!! Vraag me af of het te maken heeft met de zogenaamde gaydijk !!! denk dat het meer met hun bekrompenheid is.. Als je hun website bekijkt zie je de werkwijze van de NV Zeedijk:- transparantie in het handelen - eerlijkheid en rechtvaardigheid bij het maken van keuzes - redelijkheid bij het trekken van conclusies - aandacht en empathie voor de betrokkenen huurders en bedrijvenDan staat er veeel blablablablabla!!!!! en blijkbaar wat er staat is totaal niet wie ze werkelijk zijn !!!! Hier een onbekende die je hart onder de riem steekt Hoop dat je toch een pand krijgt aan de zdejiek.. anders hoofd in de lucht en lekker een pand nemen in de buurt van zdejiek waar Zeedijk NV geen machtspositie heeft .. HEEEL VEEElL SUCCES groet Maurice   
2014-07-29
Anika
Vet!! Klinkt als een onwijs avontuur.. Enjoy!   
2011-12-03
Betty
LANGverwacht....en daar is ie dan. LEUK. Maar wat een lang verhaal is dit geworden zeg. Ik ga het printen en lezen en daarna aan opa geven. Heeft die de komende week ook weer iets te doen.
Love you, XXX   
2011-12-03
Niels
De beknopte versie.   
2011-12-03
Lary (OZZIE die lars niet kon uitspreken)
wat een verhaal zeg, PHOE   
2011-12-02
voeg een reactie toe