2011-08-07 - In de Wildernis

In Dutch Harbor verliet ik de zeilboot en nam ik een veerboot, waarvan dit eiland de laatste stop is, naar het vasteland. Tijdens de 3 dagen durende tocht legden we aan bij de kleinste vissersdorpjes op de eilandjes richting het vasteland. Dorpjes met minder dan 100 inwoners, waar de komst van de veerboot iedere 2 weken het grootste evenement is. De meeste inwoners zijn van Aleout afkomst, de oorspronkelijke bewoners van de eilandreeks voordat in de 16e eeuw de Russen arriveerden. De voorname religie onder de Aleouts is nu Russisch Orthodox, en in ieder dorpje staat een klein houten Russisch kerkje.

Homer was de plaats waar de veerboot het vasteland bereikte. Hiervandaan kreeg ik meteen een lift halverwege naar Anchorage, zo’n 400 kilometer verderop. De volgende dag arriveerde ik daar en in de winkel waar ik wat eten kocht ontmoette ik Toto, een Duitser die in Anchorage woont en die me die nacht in zijn schuur liet overnachten. Zijn 2 honden hadden de interresante namen Hanzel von Hackenbisser en Black Dog. Hij laat me zijn verzameling jachtgeweren en revolvers zien. Alles bij elkaar een stuk of 15 vuurwapens.

In de rest van de Verenigde Staten is er gemiddeld 1 vuurwapen per 3 personen. In Alaska zijn er gemiddeld 4.3 vuurwapens per persoon. Bijna iedereen die ik hier spreek schijnt zelf voor zijn eigen vlees te zorgen. In de zomer gaat iedereen er even tussenuit om zijn eland of kariboe voor de winter te schieten. De zalm die na een leven op zee terugkeert naar haar geboorterivier komt in zulke grote getallen dat de rivieren er dik mee zijn. Veel volk komt tijdens deze seizoenen ook een vriezer vol zalm vangen.

Ik liftte verder naar het noorden, richting Fairbanks. Buiten Anchorage, dat zelf geen grote stad is, en Fairbanks, dat nog kleiner is en alleen een paar supermarkten heeft, is er in Alaska geen andere noemenswaardige stad te vinden. Op de kruispunten waar de weinige wegen die Alaska doorkruisen samenkomen hebben zich dorpjes opgericht, en verder zijn er onnoemenswaardige gehuchtjes. Soms is er honderden kilometers niets dan wildernis met alleen de weg die zich erdoorheen slingert. Verkeer is er niet veel. Liften is hier wel supermakkelijk. Het duurt slechts heel kort om een lift te krijgen en voor het eerst ben ik in staat om fatsoenlijke conversaties met de mensen te voeren. Ik sta versteld van de openheid en de vriendelijkheid van de mensen. Ik word wel door de meeste mensen verteld dat Alaska erg anders is dan de "Lower 48", zoals de 48 andere staten (min Hawaii) hier worden genoemd.

Het weer hier is totaal tegenovergesteld van het weer op zee en op de Aleoutische eilanden. Terwijl het daar winderig, koud, grijs en regenachtig was, is het hier bloedheet overdag, met een strakblauwe lucht. De zon gaat ergens na middernacht onder en om een uurtje of 3 in de ochtend komt hij weer op. Donker word het niet. Naarmate ik verder naar het noorden kom is er ook geen schemering meer. Omdat ik alleen maar in mijn tent slaap gooit dat mijn klok helemaal overhoop. Midden in de nacht ben ik klaarwakker en overdag val ik bijna in slaap.

Ergens langs de George Parks Highway richting Fairbanks word ik opgepikt in een auto waar al een lifter in zit. Hij haalt me over om naar Talkeetna te gaan. Talkeetna is een historisch gehuchtje aan de spoorlijn die van Anchorage naar Fairbanks loopt. Ik zet mijn tent op bij de andere lifter op het strand aan de rivier. Op het dorpsplein speelt een locaal bandje. Laat in de avond (het is nog steeds licht) maken we een kampvuur op het strand en komt er wat volk met gitaren en andere instrumenten langs.

Van Talkeetna was het maar een lift door naar Denali national park. Na een korte hike langs de Nenana rivier zette ik mijn tent op. Ik maakte wat eten een meter of 100 bij mijn tent vandaan. Dat doe ik iedere keer in Alaska, want iedereen blijft me waarschuwen voor grizzlyberen. Zolang ik al mijn eten ver van mijn tent maak en niets eetbaars in mijn tent heb is er niets aan de hand. Na wat gegeten te hebben hang ik mijn eten in een boom op en loop ik terug naar mijn tent. Als ik terugkijk naar de boom met mijn eten erin zie ik een gigantische reet tussen de struiken. Een moment schiet de gedachte van een beer door me heen maar ik realiseer me dat dit te groot is om een beer te zijn. Het is een eland die de bosjes staat te plukken. Er was me verteld dat elandenwijfjes agressief kunnen zijn als er een kalf is en mannetjes in de paartijd. Ik zie geen kalf in de buurt en paartijd is in de herfst us ik loop voorzichtig wat dichterbij. De eland is bijna net zo hoog als ik. Het is een wijfje en erachter zie ik nu ook een mannetje. Hij heeft korte jonge hoorntjes maar is net zo groot als het wijfje. Misschien een moeder met haar volgroeide kalf. Of een jong echtpaar.

In Fairbanks verblijf ik bij de mensen die me een lift gaven en met hun fiets verken ik het stadje een beetje. Er is een hoop goudzoukers geschiedenis in deze regio. Fairbanks is als vele andere nederzettingen hier ontstaan uit een verzameling goudzoekers die hier in het eind van de 19e eeuw hun blokhutten bouwden. Het meeste van het binnenland van Alaska is rond die tijd pas verkend door de blanke mensen, toen de goudskoorts volk van over heel Amerika hierheen lokte. Toen in de loop van de 20e eeuw alle drukte over het goud een beetje voorbij was, werd in het noorden aan de Arctische oceaan het zwarte goud ontdekt. De oliemaatschappijen waren rap aanwezig, en er werd een pijpleiding vanbijna 1300 kilometer van Prudhoe Bay aan de noordkust naar Valdez aan de ijsvrije zuidkust aangelegd. Vandaag de dag is olie nog steeds de grootste industrie van Alaska en dat maakt het een van de rijkste staten van Amerika.

Van Fairbanks vertrek ik op mijn lange weg over de Alaska Highway naar het zuiden. Mijn doel is Vancouver, in het zuidwesten van Canada, ongeveer 3500 kilometer verderop. Liftend ga ik op weg en het eerste plaatsje waar ik na Fairbanks door kom is North Pole. Zo genoemd in 1952 in de hoop een speelgoedfabrikant naar het stadje te lokken. De grootste atractie is het Santa Clause House, een speelgoedwinkel die jaarlijks overstroomd word met verlanglijstjes van heel noord Amerika. Van North Pole is het een lange rit naar Tok. Dit is waar tijdens de constructie van de Highway in 1942 een werkkamp was, genaamd Tokyo Junction, later veranderd in Tok.

Toen Japan de eilanden van de Aleouten aanviel werd er halsoverdekop besloten een weg van de Lower 48 naar Alaska aan te leggen. Voorheen kwam alles en iedereen per boot naar Alaska. Zonder de tijd te nemen om de beste route te onderzoeken werden er buldozers van 2 kanten door de toendra gestuurd. Tussen Dawson Creek in Canada en Fairbanks lag niets dan wildernis. In 8 maanden wist het leger een weg te banen door het meest onherbegzame terein. Vandaag de dag is de weg verhard, maar ik wordt verteld dat hij in winter een stuk aangenamer is om te rijden, als het ijs alle gaten in de weg opvult en een glad oppervlak vormt.

Na Tok is er de Canadese grens. De VS en Canada hebben geen controle bij het verlaten van het land. Een vreemde praktijk die ik nergens anders ter wereld nog heb gezien. Ik werd dus alleen door de Canadese immigratiedienst gecontroleerd. Nu was er dagenlang niets dan een paar willekeurige huizen en benzinepompen langs de weg. Ik liftte voor dagen en uiteindelijk kwam ik aan in Whitehorse. Dit is de hoofdstad van de provincie Yukon in het noorden van Canada. Met een paar duizend inwoners is het de grootste plaats voor meer als duizend kilometer in beide richtingen. Buiten Whitehorse word ik opgepikt door een koppel dat in een kleine gemeenschap woont een uurtje naar het zuiden. Ze nodigen me uit om de nacht bij hen thuis door te brengen. Het dorpje van minder dan honderd inwoners lag aan een prachtig meer, Lake Marsch, een van de oorsprongen van de Yukon rivier. Ik kon hun kayak gebruiken om rond het meer te kayaken. Zogauw ik weg was van het dorpje het meer op was het meteen wilde natuur. In dit deel van de wereld is de mens nog maar net gearriveerd en heeft de natuur nog vrij spel om te doen wat haar schikt. Behalve het handjevol mensen dat hier in deze omstreken woont is er niets dat niet natuurlijk is. Op het spiegelgladde meer met de sneeuwtoppen in de verte is de wildernis overweldigend.

Een paar dagen liften verder ben ik in Watson Lake. Ik heb net mijn kamp opgebroken en sta langs de weg waar geen verkeer is. Ik heb mijn doel van de dag gezet op de Liard Hotsprings. Een natuurlijke warmwaterbron een paar honderd kilometer verderop. Na een tijdje komt er een oud volkswagenbusje aangereden die voor mijn voeten stopt. De deur zwaait open en gitaarmuziek komt me tegemoet. Een enthousiaste gast komt me tegemoet en stelt zich voor als Phil. Hij vouwt de achterbank, die in bedpositie stond op en ik stap in. Phil en Cat zijn al een paar maanden op reis door Canada met het oude kampeerbusje. Ze zijn ook onderweg naar de Liard hotsprings. Samen nemen we een warm bad in het beekje dat ontstaat doordat de kokend hete bron en een koud stroompje samenkomen. Daarna rijd ik met ze mee verder naar het zuiden. Die avond kamperen we bij een verlaten blokhut aan een meer een paar kilometer van de snelweg af. Taco’s staan op het menu voor de avond.

Die volgende ochtend word ik wakker door een gedreun dat ik voel in mijn hoofd. Mijn hoofd ligt op mijn jas als kussen en ik voel stampen van een groot dier vlakbij. Voorzichtig rits ik mijn tent open en ik zie een eland met haar jong door ons kamp struinen. De lucht is kraakhelder en er ligt een laagje rijp op het gras. Na tot tevredenheid het kamp gezien te hebben loopt de moeder naar het meer met het kalf in haar voetsporen en breekt het glasachtige water met haar hoeven. Ze loopt door tot ze de bodem niet meer raakt en zwemt vastberaden het meer op. Het kalf staat even reddeloos te kijken maar volgt zijn moeder het water in. Ik kijk ze na terwijl ze naar de overkant van het meer zwemmen en in het bos verdwijnen. Het wateroppervlak keert weer glad als een spiegel.

Drie dagen rijdt ik met Phil en Cat mee totdat ze in Prince George een andere richting op gaan. Van Prince George, een industriele houtverwerkingsstad is er meer verkeer op de weg naar het zuiden. Het duurt me nog maar 2 dagen om in Vancouver aan te komen.   
voeg een reactie toe