2011-02-20 - Familie op doorreis

Ondertussen was het alweer een jaar geleden dat de familie Oostveen naar Nepal vloog om daar herenigd te worden. Tijd voor een volgend bezoek. Zo haalde ik zo’n 10 dagen nadat Daan weer naar Nederland gevlogen is de familie op op Bangkok airport. Er was een hotel geboekt en daar vestigden we ons in Bangkok, een behoorlijke upgrade van het krot waar ik tot dan toe verbleven was. Er was aircontitioning, een warme douche, iedere dag schone handdoeken en ontbijt erbij in.

In Bangkok bezochten we het koningklijke paleis en diverse tempels (Een waar een meer dan 40 meter lange gouden Buddha in lag!). Na 2 nachten begaven we ons naar Ayuthaya, de oude hoofdstad van Siam (De voormalige naam van Thailand), waar nog veel ruines staan van oude tempels en kloosters. In Thailand barst het van de olifanten, dus ook in Ayuthaya zijn deze te vinden. Na wat met de olifanten gespeeld te hebben gaven Cindy en Lars ook nog even een babytijgertje de fles. Na Ayuthaya zijn we doorgegaan naar Cambodia. Een busje dropte ons af bij de grens die berucht is van de oplichtpraktijken. Het moment dat we het busje uitstapten kwam er een Thai naar ons toe om ons de weg te wijzen naar een visakantoortje. Hier kregen we allemaal aplicatieformuliertjes in onze handen geduwd en werd ons verteld dat er na dit punt geen visa meer te verkrijgen was. Het leek me nogal vreemd omdat ik normaal gesproken altijd mijn visum aan de andere kant van de grens kon bemachtigen. Toen ik vroeg hoeveel het moest kosten werd het mannetje meteen heel geirriteerd en vertelde ons dat we alleen in Thaise Bhat konden betalen, en veel duurder als dat ik wist dat het moest kosten. Dat was helemaal vreemd dus we besloten de grens maar over te steken en onze visa op de officiele Cambodiaanse plek te halen. Het mannetje werd boos en riep ons na dat als we weer terugkwamen dat hij ons 2 keer zoveel zou rekenen. Aan de Cambodiaanse zijde van de grens haalden we zonder problemen 6 visa op en na een lange tijd in de rij voor een stempeltje waren we in Cambodia. Een lange busrit later arriveerden we in Siem Reap.

De Chinese kalender (en daarbij ook vele andere Aziatische landen) viert nieuwjaar altijd rond eind Januari of begin Februari. Het is het grootste feest van het jaar waarbij iedereen weer zijn familie opzoekt, of juist op vakantie gaat. Dit resulteerd in grote chaos in het transport en volgeboekte hotels. We zoeken dan ook een lange tijd voordat we een kamer gevonden hebben in Siem Reap.
Vlakbij Siem Reap ligt Angkor, de oude hoofdstad van het historische Khmer-rijk. Van ongeveer de 9e tot de 13e eeuw was dit een van de machtigste en invloedrijkste landen in zuidoost azie. De koningen van dit rijk, die zichzelf tot god-koning hadden uitgeroepen, bouwden er de prachtigste en grootste tempels en paleizen. De regie werd door een ingewikkeld irrigatiesysteem van water voorzien en in de hoogtijdagen woonden er in de stad ongeveer een miljoen mensen, de grootste stad ter wereld in die tijd.

Een van de tempels is de wereldberoemde Angkor Wat. Deze gigantische tempel, gebouwd in de vroege 12e eeuw, is het grootste religieuze bouwwerk ter wereld. Het is ook de eerste tempel die we er bezoeken. Het terein is omgeven door een gracht van 190 meter breed, met in het midden het trapsgewijze bouwwerk, dat ondertussen gedeeltelijk gerestaureerd is. Na Angkor Wat bezoeken we een vervallen klooster, waar geen gracht omheen staat en die nauwelijks gerestaureerd is. Hier is de jungle het bouwwerk binnengekropen en hebben plantjes, klein en heel groot, zich tussen de stenen geworteld. Meest indrukwekkend zijn de bomen met stammen van soms een paar meter doorsnee die overal in de ruine groeien. Grote delen zijn al ingestort onder de kracht van de wortels die de muren uit elkaar drukken.

Overal in zuidoost azie ben ik al de voet-etende visjes tegengekomen bij watervallen in de jungle. In Siem Reap zijn er veel aquariums waar er honderden van deze visjes verzameld zijn, en waar je een "voetenmassage" kunt krijgen. We staken onze voeten in zo’n kuip ende visjes zoemden direct om onze voeten heen. Deze visjes etende dode huid van je voeten af. Omdat we een bak met nogal grote visjes gekozen hadden, was het in het begin nog wel even wennen om ze aan je huid te voelen knabbelen, maar de visjes hadden die avond in ieder geval genoeg te eten.

De volgende dag gingen we het platteland van Cambodia op. Eerst bezochten we een ziekenhuis, waar we wat verbandmateriaal en diareepillen doneerden. Daarna gingen we door naar een basisschool. Er was net een klas bezig. Alle kinderen waren ijverig aan het werk. Zelfs toen de leraar even buiten de klas was om het een en ander aan ons uit te leggen bleven ze rustig doorwerken en werd er niet gekeet. Dit toont dat het hier een voorrecht is om naar school te mogen en dat iedereen die op school zit graag wil leren en zijn best doet, in tegenstelling tot het westen. Op de terugweg stoppen we bij een hutje waar enkele nederlandse vrijwilligers wonen die Engels lesgeven op school en in het ziekenhuis werken. Zij konden ons hun ervaringen van het leven op het platteland in Cambodia vertellen, dat voor sommige mensen een zeer bar leven zonder alternatieven is, waar ze maar het beste van moeten maken.

Van Siem Reap nemen we een bus naar Phnom Penh, de hoofdstad. Hier bezoeken we een donkerdere kant van de geschiedenis van Cambodia. Een Tuk Tuk rijdt ons eerst naar S21, een high-security gevangenis van de Khmer Rouge ofwel Rode Khmer. Van 1975 tot 1979 regeerde dit meedogenloze regime onder leiding van Pol Pot over "Democratic Kampuchea". Het hele land werd van de ene op de andere dag hervormd tot een puur agrarische maatschappij. Iedereen moest in de velden weerken en als je ook maar van het minste verdacht werd werd je opgepakt en naar gevangenissen als S21 gestuurd. In S21 werden de gevangenen gemarteld tot ze hun onbegane misdaden bekenden of tot ze dood waren. In de verschillende martelruimtes lagen er nog martelwerktuigen en zaten de bloedvlekken nog op het plafond. Een ongeloofelijke hoveelheid mensen is hier binnengekomen en nooit meer leven weggegaan, tenzij je je misdaden bekende en je op een vrachtwagen gezet werd naar de Killing Fields.

Onze Tuk Tuk reed ons door naar de Killing Fields. De naam zegt het al, hier werden mensen vermoord. Mensen die hierheen werden getransporteerd van S21 of elders, werden hier geexecuteerd en in massagraven gegooid. De executies gebeurden met knuppels in plaats van vuurwapens om dure kogels te sparen. Na een reeks executies werden er chemische middelen in de graven verspreid om de ontbindingsstank te voorkomen en om mensen die nog niet helemaal dood waren af te maken. Midden op het terein staat er als monument een hoge toren gevuld met honderden schedels van de slachtoffers.

Na al dit depressieve gedoe moesten we even afblazen en dus gingen we door naar een schietbaan. Hier kregen we een menukaart met allemaal verschillende wapens die we konden vuren. Van handwapens tot shotguns tot rakettenwerpers. We besloten voor de doorsnee AK-47 te gaan. Ik vuurde als eerste een kogel af en was even verrast door het geweld van het wapen. Na samen een magazijn leeggeschoten te hebben konden we het resultaat zien. 19 van de 25 kogels hadden het doelwit geraakt. Niet slecht voor een Hollandse familie.
De volgende dag gingen we na een bezoekje aan het koningklijke paleis op weg naar de pier aan de Mekong. Hier stapten we op de boot richting Vietnam. De speedboot deed er een uur of 4 over naar de grens, waarna het nog een uurtje varen was naar het eerste stadje in Vietnam, Chau Doc. In Chau Doc verbleven we de nacht en maakten we de volgende dag bij het ochtendkrieken een boottocht over de Mekong tussen alle drijvende huisjes door naar een vissenboerderij. Hier zagen we hoe de vissen gehouden werden in bakken onder de drijvende gebouwtjes in het water van de Mekong. Het vissenvoer bestond uit brokken gemalen vis met wat andere bestandsdelen. Hierna werden we doorgevaren naar een traditioneel dorpje dat duidelijk een traditioneel toeristisch dorpje was, waarna we terug naar Chau Doc voeren. Hier namen we toen een bus naar Ha Tien aan de kust, waarvandaan een bootje ons de zee overzette. Na 4 uur bovenop het dek in de zon waren we allemaal licht verbrand en aangekomen bij Phu Quoc, een Vietnamees eiland in de Golf van Thailand.

Na alweer heel lang bezig te zijn geweest om een hotel te zoeken (hier was het nog steeds stervensdruk door nieuwjaar, Tet genoemd in Vietnam), konden we een paar daagjes ontspannen. We huurden brommertjes om naar een waterval te gaan. In een prachtige omgeving in de Jungle stond een stroompje droog met alleen hier en daar een plasje water omdat het nu droogseizoen is. Geen waterval. Een andere dag huurden we ook brommertjes om het noorden van het eiland te verkennen. Op een van de gravelweggetjes ging het mis. Lars zijn slippers vielen van de brommer en in een reflex om ze op te vangen gleed zijn brommer onderuit. Lars op de grond en een grote jaap in zijn knie tot op het bot. Een bezoekje aan het ziekenhuis waar niemand een woord engels sprak. De wond werd er netjes schoongemaakt en hij kreeg wat pijnstillers en ontstekingsremmers mee. Dat maakte dat Lars niet meekon snorkellen de volgende dag. Op een bootje ging ik met mijn vader en Sven naar de kleinere eilandjes ten zuiden van Phu Quoc omdat daar alle koraal lag. Niet in dezelfde klasse als Thailand maar nog steeds heel mooi. Nadat de familie allemaal een beetje kleur op hun Hollandse winterhuid gekregen had gingen we terug naar het vasteland en reisden we door naar Ho Chi Minh City, beter bekend onder haar oude naam, Saigon.

Saigon was het eindpunt van de familie waar we nog een paar daagjes hadden te besteden. We bezochten de drukke markt en gingen naar het indrukwekkende oorlogsmuseum, waar veel oorlogsmisdaden van de Amerikanen tentoongesteld was. Ook bezochten we de Cu Chi Tunnels, de beruchte tunnels waar de Vietcong guerrilla strijders en hele dorpjes jarenlang onder de grond leefden om tegen de Amerikanen te strijden. Dit netwerk van gangen, kamers, bunkers en schuttersputjes bestond uit maarliefst 300 kilometer aan tunnel.
Toen brak de dag weer aan dat de het vliegtuig weer richting Nederland vertrok. Er was weer een eind aan de ruim 2 weken samen.

Weer een afscheid en daarna weer alleen.   
voeg een reactie toe