De eerste stap op maleisische grond was er een met gemengde gevoelens. Ik was enthausiast om een nieuw land te ontdekken, maar tegelijkertijd teleurgesteld dat ik hier met het vliegtuig aan ben gekomen. De drie weken die ik in Calcutta heb doorgebracht heb ik alles geprobeerd om een schip van India naar een volgende bestemming te vinden. Ik heb alle havens afgegaan, scheepsbedrijven bezocht, directeurs en kapiteins gesproken, maar er was niets te vinden. Overland is er geen optie om India te verlaten, Burma’s grenzen in het oosten zijn gesloten, ten noorden ligt Tibet waardoor de Chinese overheid niemand China in laat reizen. (Wel China uit, wat de enige manier voor mij was om naar Nepal en India te komen.) In het westen is Pakistan, die sinds een paar maanden geen visa’s meer uitgeeft in India.

Maleisie is een van de meest ontwikkelde landen in Asie. Aangekomen in Kuala Lumpur had ik het idee dat ik weer terug in Europa was. De bussen met vering en airconditioning, Macdonalds en Burger King op iedere straathoek, verkeer dat in zijn eigen rijstrook blijft en straten die niet bezaaid waren met mensen die ledematen missen en bedelende straatkinderen en koeien resulteerden in een kleine cultuurschok na ruim 8 maanden India en Nepal.

Kuala Lumpur is een erg moderne stad. Een Maleisier liet me een restaurantje op een heuvel buiten de stad zien vanwaar s’avonds de skyline een indrukwekkend gezicht is. Het hoogtepunt zijn de Petronastorens, de Maleisische twin towers van 453 meter hoog. Hoewel de stad indrukwekkend om te zien is, de enige atractie voor buitenlanders zijn de gigantische winkelcentra waar alles indenkbaar te krijgen is. Niet een plaats voor mij om veel tijd door te brengen.

Een pluspuntje van deze regio in Azie is al het Nederlandse voer dat hier te krijgen. Sate pindasaus en Nasi Goreng zijn slechts enkele gerechten die in de koloniale tijden van Indonesie in de Hollandse keuken geimporteerd zijn.

De temperatuur in Maleisie is het hele jaar door rond de dertig graden, en in het laagland was het bijna niet te houden. Daarom besloot ik naar de Cameron highlands te gaan. Dit hoogland ligt boven 1000 meter en de temperatuur is er aangenaam. Het landschap bestaat uit oeroude jungle, waarvan hele berghellingen zijn kaalgekapt tijdens de Britse heerschappij voor theeplantages. Ik liep verschillende korte tochten door de jungle. Uiteindelijk kwam ik iedere keer weer op gigantische theeplantages uit. Ik bezocht een theefabriek en kreeg een rondleiding. Op de plantage waar ik was werd er het hele jaar door dagelijks rond de 30.000 kilo thee geplukt en verwerkt. Dat was slechts een van de vele plantages in Maleisie. Van de Cameron highlands ging ik weer liftend door richting Penang, een eilandje vlak voor de kust. Liften hier ging net zo makkelijk als in Europa, alleen zien de mensen er hier iets anders uit. Omdat Maleisie een modern land is en alle Maleisiers heel hard hun best doen om zo westers mogelijk te zijn spreekt best een groot deel van de bevolking Engels.

Penang is een eiland dat voor een groot deel bedekt is met een stad, waar niet veel anders te doen was dan de rest van het eiland verkennen op een brommertje die per dag te huur zijn. Er was ook een Thaise ambassade waar ik mijn visa voor Thailand bemachtigde. Na een paar dagen ging ik verder. Iets verder naar het noorden en veel verder uit de kust gelegen ligt Langkawi, een tropischer eiland zonder grote bebouwing en met een hele relaxte eilandsfeer. In het hostel waar ik verbleef kwam ik een geweldige groep mensen tegen van verschillende nationaliteiten. Met deze groep bleef ik twee weken op het eiland en samen hebben we alle watervallen, rotsen, stranden en jungle bezocht. Dit was weer een van de verzamelingen mensen waar ik me af en toe in bevind die ik het liefst nooit zou verlaten. Maar er kwam na twee weken toch weer een eind aan. Iedereen ging weer zijn eigen weg en ik nam een boot naar Thailand.

In Thailand ben ik direct doorgegaan naar Ko Pa Ngan, een eiland dat wereldberoemd geworden is door de Full Moon Patry. Iedere volle maan stromen er vanover de hele wereld mensen naar Haad Rin, een strand dat die nacht transformeerd in een van de bekendste feesten ter wereld. Omdat ik toch in de buurt zat nam ik er ook maar een kijkje. Ik kwam een paar dagen te vroeg voor het feest aan, maar in de aanloop is er al een hoop volk op het strand en zijn er al veel barren op het strand open. Een avond was er een Muay Thai wedstrijd, ofwel Thai boksen in een arena. Dit was indrukwekkend om te zien. Er was een Nederlander die in de laatste wedstrijd tegen een Thai bokste (niet ik), en hem knock out wist te slaan. Op de Full Moon Patry wordt de alcohol in emmers met een rietje geserveerd. Omdat ik nu al meer dan een jaar bijna geen druppel alcohol over mijn lippen heb gehad is het vanzelfsprekend dat ik me wel vermaakte. Het feest was over het hele strand met verschillende barren die verschillende muziek draaiden voor ongeveer 10.000 feestgangers. Rond 7 uur kwam de zon aan de horizon omhoog en om 9 uur in de ochtend was het zo goed als afgelopen en kroop ik naar mijn hutje op het nabije strand terug.

Na een dagje herstellen nam ik de boot naar Ko Tao, een kleiner eilandje ten noorden van Ko Pa Ngan. Rond dit eiland zijn er prachtige duikplekken. Ik heb geen duikbrevet dus ik besloot dat hier maar te halen. Een van de duikscholen zat in een mooie afgelegen baai waar ik een beetje rust kon vinden na het feest. De cursus bevatte een theorieexamen, oefeningen met de hele duikuitrusting in het zwembad en daarna 5 duiken in de zee. De theorie en oefeningen waren makkelijk om te slagen. De eerste duik in de zee was tot 6 meter. Eerst nog een paar oefeninen op de zandbodem gedaan (Duikbril in het water afdoen en weer opzetten en leegblazen, het juiste drijfvermogen vinden en enkele noodsituaties). Daarna zwommen we richting het koraal. Plotseling waren we omgeven door de meest kleurvolle vissen die je je voor kunt stellen. Scholen vissen zwommen tussen ons door alsof we een deel van de onderwaterwereld waren en al het leven ging onverstoord verder. De volgende vier duiken gingen tot 18 meter, allemaal naar koraal dat alleen maar indrukwekkender werd. Ik zag de meest uiteenlopende tropische vissen, van papagaaivissen tot blauwgestipte roggen tot zeeschildpadden en clownvissen (Nemo!). Na vier dagen had ik alles succesvol afgerond en kreeg ik mijn certificatie om tot 18 meter te duiken.

   
voeg een reactie toe