Een lange rij auto’s en vrachtwagens blokkeert de weg, maar met genoeg wilskracht passeer ik de file over de halve meter modder tussen de weg en de afgrond. Vooraan de rij blijkt dat de lange haarspeldweg die naar de 3900 meter hoge Rothang pas leidt geblokkeerd is door een rivier die over de weg stroomt en het wegdek in een halve meter diepe poel modder veranderd heeft. De vrachtwagens kunnen er niet doorkomen. Verschillende mensen proberen me tegen te houden, maar ik heb het gas al open. Vol gas in de eerste versnelling rag ik de fiets de bagger in. De eerste paar meters gaan goed, maar de motor krijgt er steeds meer moeite mee en het acherwiel begint te glijden. Ik sta op, en al rennend met de motor terwijl ik het gas open hou red ik het tot de overkant. Alle Indiers juigen aan de andere kant als ik mijn weg vervolg.

De Rothangpas is de eerste en de laagste van de vier passen op de weg van Manali naar Leh, maar ook de meest beruchte. De meeste moesonregen valt hier neer, en om de paar dagen wordt de weg gesloten om hem met buldozers weer bij te werken. Gelukkig is de weg vrij van verkeer en kom ik geen andere grote problemen tegen op mijn weg naar boven. Die nacht in het enige dorpje tussen Manali en Leh kom ik een groep andere buitenlanders met motoren tegen waar ik me bij aansluit. Ik schaf een 10 liter jerrycan aan om genoeg benzine bij me te hebben voor de lange route door niemandsland. De volgende drie dagen rijden we door de machtige bergen van de Himalaya. Regelmatig moeten we rivieren doorkruisen en op de extreme hoogtes van de passen wilde de motor door het gebrek aan zuurstof in de lucht bijna niet meer vooruit. De eerste pas die we beklimmen is de Baralachapas, die met 4900 meter vol met sneeuw ligt. Hierna bleef de weg hoog totdat hij naar de Thorungpas stijgt op 5100 meter, waarna hij weer daalde naar de More vlakte, een droge uitgestrekte vlakte waar de weg door het zand loopt en niet te onderscheiden is. Omdat de vlakte door bergen omgeven is, kunnen we niet de verkeerde kant op en maken we onze eigen route door het zand. Hierna kwam langzaam de Tanglangpas in zicht, met 5300 meter de 2na hoogste berijbare pas ter wereld. Aan de andere kant van deze pas daalt de weg weer kilometers en rijden we door het maanlandschap dat Ladakh is, het stukje van India op het Tibetaanse plateau.

Aangekomen in Leh, de hoofdstad van Ladakh, begonnen we meteen de volgende trip te plannen. Het plan was om naar het Pangong meer te rijden. Omdat dit meer gedeeltelijk in Tibet in China ligt, en China en India niet bepaald vriendjes zijn, is het een gevoelig grensgebied. We moesten een grensvergunning aanvragen en werden we onderweg talloze malen gecontroleerd bij militaire checkpoints in de bergen. De weg was nog slechter dan de Manali-Leh weg, maar adembenemend mooi. Aangekomen bij het meer, waar we verbleven in het enige Tibetaanse dorpje aan de oever, waren we verbluft met de pracht van het landschap. Het meer, 120 kilometer lang en gemiddeld 10 kilometer breed op een hoogte van 4200 meter, was kristalhelder. Met besneeuwde bergen rondom en een droge zandoever oplopend tot de sneeuwlijn was er een geweldig contrast.

Onze volgende trip was naar de Nubra valei. Na dezelfde procedure voor gevoelige grensgebieden, ditmaal met Pakistan (India’s aardsvijand), gevolgd te hebben, vertrokken we richting de Khardungpas. Op 5680 meter is dit de hoogste berijbare pas ter wereld. De weg over de pas was gelukkig beter dan die naar het Pangongmeer. Aan de andere zijde daalt de weg kiliometers tot in de bodem van de valei, die lager ligt dan de Leh valei. Eerst rijden we de noordelijke vertakking van de valei in, en stoppen in het laatste dorpje waar we toegestaan zijn om heen te gaan. Het dorpje was zoals alle andere dorpjes in de omgeving een vreemd gezicht. Het landschap is kaal en droog, maar door middel van irrigatie hebben de bewoners een lap groene landbouwgrond midden in de rots en zandomgeving gecreeerd. Alle dorpjes zagen er daarom uit als oases in een dorre woestijn. We verbleven daar drie nachten, totdat we door moesten om de andere vertakking van de valei te zien, voordat onze 6-daagse vergunning zou verlopen. Eenmaal terug op de splitsing van de valei besloot drie man van de groep niet mee te gaan tot het verst mogelijk berijkbare punt in de valei. Ik ging door samen met een Australisch koppel op een motor.

Dit jaar voor het eerst staat de Indische overheid buitenlanders toe om 80 kilometer verder dan de splitsing richting Pakistan te reizen. De laatste drie dorpjes voor de grens zijn Balti-dorpjes. "Baltistan" is een regio diep in de bergen dat lang van de buitenwereld afgesloten is geweest. Sinds de scheiding van Pakistan en India in 1947 bevinden de Baltistanis van de drie dorpjes in India zich achter een gesloten grens. Omdat deze weg zo dicht bij de grens is passeren we talloze grote militaire kampen, waar we af en toe zwaar geschut zagen. De weg werd slechter naarmate we dichter bij de grens kwamen, en verschillende malen probeerde het leger ons terug te sturen. Door hevige regenval hadden verschillende overstromingen en rotslawines de weg moeilijk begaanbaar gemaakt. Bij de laatste legercheckpost bij een brug weten we de commandant zover te krijgen om ons door te laten, en we steken de brug over. De rivier onder ons raast agressief en raakt bijna de onderkant van de brug. Honderd meter na de brug zien we dat de rivier buiten zijn oevers getreden is, en hier de weg overstroomt. Omdat we al vele rivieren overgestoken waren, dacht ik geen twee keer na en reed ik het water in. Dit water was echter iets dieper dan wat we gewent waren, en de stroming was ook iets sterker. Halverwege lijkt het alsof de stroming de overhand begint te krijgen, en begint mijn voorwiel mee te sleuren de rivier in. Ik zet mijn voeten in het water aan de grond om mijn evenwicht te hervinden, en stuur tegen de stroming terug de weg op. Dan stopt de motor. Ik heb al mijn kracht nodig om niet meegesleurd te worden en de motor rechtop te houden, en ik moet mijn uiterste geven om de fiets tegen de rotsen omhoog te duwen totdat ik uit het water ben. Ik zwaai en schreeuw naar de Australier aan de andere kant dat het te diep is, maar het geraas van de rivier is te luid. Hij steekt zijn duim op en geeft gas. Op hetzelfde punt waar ik de controle verloor zie ik dat hij ook meegesleurt dreigt te worden. Door een aangepast luchtfilter blijft zijn motor echter lopen, en weet hij ook de overkant te halen. Als we onze weg vervolgen duurt het niet lang voordat we op een modderstroom over de weg stuiten. Omdat de bovenlaag opgedroogd was leek het alsof de weg gewoon bergop liep, en de Australier ploegde zijn motor onbedoelt recht de modderhoop in. We vonden een weg om de modder heen, maar voordat we de motoren over probeerden te steken controleerden we de weg verderop, want die was niet duidelijk zichtbaar. Dichterbij bleek dat de wilde agressie van de rivier de hele weg had meegenomen, en er geen doorgang was tot het laatste dorp. Het begon ondertussen donker te worden, dus we besloten terug te keren. Het was geen makkelijke beslissing, want het betekende de razende rivier weer oversteken. Met alle andere rivieren was de regel om ze vroeg in de morgen over te steken, omdat er dan nog niet veel smeltwater van de gletsjers en sneeuwtoppen van de bergen naar beneden stroomde. Er was echter geen plek om de nacht door te brengen tussen op het kleine stukje niemandsland tussen de crossing en waar de weg verwoest was (Mijn tent had ik achtergelaten in Leh). Terug bij de oversteekplaats zetten we de motoren af om te voorkomen dat er water in de motor zou komen, en met drie man (om te zorgen dat de motors en ook wijzelf niet meegesleurd zouden worden) brachten we de motoren een voor een naar de overkant.
Het dorpje waar we belanden voor de nacht was het eerste Baltidorpje van de Indische kant. Het was ondertussen aardedonker en er was geen hotel of iets dergelijks. Ik begon door het dorpje te zoeken naar een plaats om te slapen en kwam uit bij de lokale dokter, die ons hielp. Er was een gemeenschappelijk gebouw met een slaapzaal in het dorp, waar we ondergebracht werden. Er had zich ondertussen een flinke menigte om ons heen verzameld en een vrouw bood aan om avondeten voor ons te bereiden.

De meest duidelijke vorm van het feit dat deze mensen van het grootste deel van hun volk zijn gescheiden is zijn de uiterlijke gelaatstrekken. Omdat dit een Islamitisch volk is kunnen ze hun kinderen alleen uithuwen aan andere moslims, waarvan het grootste deel sinds ruim 60 jaar achter een gesloten grens leeft. De boedhisten en hindoes in de rest van Ladakh zijn ongeschikte candidaten, en de moslims in Kashmir zijn ver buiten bereik. De gevolgen van inteelt zijn duidelijk in het grote aantal misvormde, schele of dwergachtige mensen in het dorp. Het heeft hun gastvrijheid of vriendelijkheid echter niet aangetast. De volgende morgen worden we wakker met ontbijt geserveerd. We vertrekken vroeg om zeker te zijn dat we op tijd terug in Leh komen. Dit was een goede beslissing, want de rivier was gedurende de nacht een halve meter gestegen. Als we de afgelopen avond de rivier niet weer hadden overgestoken, waren we zeker vast komen te zitten op het stukje niemandsland. Er was in het dorp iemand meegesleurd door de rivier en verdronken die nacht en een jongetje dat wat Engels sprak probeerde ons wijs te maken dat Leh Bazaar "Destroyed" was. We kwamen 5 dagen geleden uit Leh en er was toen een huis gemaakt van modder ingestort door waterschade. We wisten wel hoe nieuws van een greppel die overstroomt is uit kan groeien tot rampennieuws, en we klopten het jochie op zijn hoofd en dachten: "Tuurlijk, dat zal wel".

De terugweg was uitdagend met de rivier die bruggen begon te ondermijnen en op vele plaatsen de weg begon te overstromen. Bij een van de laatste bruggen die we overstaken had het woeste water zoveel zand uit de fundering van een brug gevreten, dat een vrachtwagen door het asfalt een meter naar beneden was gevallen. De motors pasten er op een centimeter na langs.

Die avond arriveerden we in Leh. Ons hotel was bovenaan de heuvel, en er was een toegangsweg langs het beekje. Op het eerste gezicht leek alles precies zoals het was 5 dagen geleden, totdat we op de toegangsweg kwamen. Het beekje was gegroeid tot een razende stroom die het grootste deel van de toegangsweg had weggevreten. Over de meter weg die over was kon ik de motor langs het water krijgen en doorrijden naar het hotel. De voordeur stond open en het huis zag er verlaten uit. De kamer waar de familie zelf sliep stond open en was leeg. Ik zocht het hele gebouw door maar er was geen ziel te bekennen. Er was geen stroom en geen lopend water. Ik haalde een emmer water van de bron in de tuin om mezelf te wassen. Een van de andere buitenlanders die in het hotel verbleef kwam net aanlopen. Hij vertelde me wat er gebeurt was.

De nacht voordat ik met de Australiers onderweg ging naar het dorpje aan de Pakistaanse grens begon het te regenen in Ladakh. Niet alleen in Leh, maar in de hele regio waren er overstromingen. Dit veroorzaakte ook alle lawines en overstromingen op onze weg. In Leh en omringende dorpjes was de regen het hevigst, en in slechts een paar uur regen was er genoeg water op de berghellingen om Leh heen dat de oppervlaktes begonnen te schuiven. De grootste modderstroom kwam uit een kleine zijvalei aan de rand van het centrum, en vaagde de huizen naast de hoofdweg weg. De stroom volgde de loop van de hoofdweg, waarbij het alle gebouwen verwoestte. De instabiele modderhuizen werden compleet weggevaagd, en veel van de betonnen gebouwen stortten in. De weg maakte een bocht waar de bazaar (markt) en het busstation waren, en een deel van de stroom volgde de weg. Het grootste deel echter ging rechtdoor en transformeerde de hele bazaar en het busstation in een grote moddervlakte. Omdat dit in de nacht gebeurde, werden de mensen verrast in hun slaap door de vernietigende stroom, en vele mensen werden begraven in hun eigen huis om nooit meer wakker te worden. Naast deze grote modderstroom waren er die nacht talloze kleine die minder schade aanrichtten, maar in sommige omliggende dorpjes waren er ook grote aantallen doden. In de twee nachten die volgden regende het minstens zo hard, en alle kleine beekjes en riviertjes groeiden uit tot agressieve rivieren. Het beekje naast het hotel had sommige huizen die dichtbij stonden afgevreten tot er nog maar de helft over was. Alle inwoners van Leh en de meeste toeristen waren na de eerste nacht gevlucht naar het klooster naast de stad dat op een heuvel stond, en dat was waar iedereen van ons hotel ook was.

In de dagen na de modderstroom werd er druk gegraven naar overlevenden in de wrakken van huizen in Leh. Toen ik terug kwam werd de aandacht ook gericht op de omringende dorpjes. De volgende ochtend stapte ik achterin een pickup truck die naar een dorpje 15 kilometer verderop ging om er vrijwilligers te brengen om te helpen met graven. Het dorpje was ook getroffen door een modderstroom. Ik hielp in een huis modder uitgraven. Door de kracht van de modder waren er keien met een doorsnede van anderhalve meter midden in het huis terecht gekomen. In de omringende huizen waar ook gegraven werd werden nog sommige mensen opgegraven. Sommigen leefden nog, de meeste waren dood. Aan het eind van de dag waren er in totaal nog 7 levende mensen opgegraven.

De twee toegangswegen naar Leh waren ook beiden verwoest. De weg van Manali was over een lengte van 20 kilometer door lawines weggevaagd, en op de weg naar Srinagar in Kashmir waren er 7 bruggen weggespoeld. Omdat er nu geen goederen meer binnen konden komen, begonnen veel mensen te hamsteren. In de eerste dagen na de overstroming was er een algemene stemming van paniek in Leh, dat versterkt werd door het gebrek aan stromend water en electriciteit, en het opgesloten gevoel in de bergen.

Door de spanningen tussen India en Pakistan zijn er gigantische aantallen militairen in de grensgebieden. Dit kwam mooi uit want zij konden meteen aan de weg beginnen te werken. Na anderhalve week waren beide wegen weer open. De weg naar Manali met een omweg om de lawines heen en de weg naar Srinagar met een hoop tijdelijke noodbruggen. We besloten door te rijden naar Srinagar, deels omdat die weg een stuk beter was en omdat dat vanaf het begin al het plan was. Na 3 dagen rijden kwamen we aan in Srinagar.

De Kashmiris vechten sinds lange tijd al voor onafhankelijkheid, en de situatie was op het moment behoorlijk slecht. De geurillas hadden opgeroepen tot een staking die nu al 3 maanden duurde. Alles, van winkels tot kantoren tot overheidsinstellingen, inclusief scholen en banken, was al drie maanden gesloten. De dag dat wij arriveerden in Srinagar waren er 6 mensen doodgeschoten door het leger, en in de laatste 20 jaar zijn er ongeveer 600.000 mensen slachtoffer gevallen aan de voortdurende strijd. Het Indische leger had een avondklok ingesteld, en in de gebieden die het leger onder controle had waren de straten op militaire patrouilles na verlaten. Wij moesten echter ook door gebieden waar het leger niet aanwezig was, en hier heerste chaos. Groepen Kashmiris trokken door de straten, schreeuwend voor onafhankelijkheid. langs de weg lagen hier en daar uitgebrande autowrakken en de straten waren geblokkeerd met rotsen en boomstammen op de weg. We konden de motoren er over de stoep gelukkig langskrijgen, maar wanneer we een groep protestanten naderden kwamen deze dreigend op ons af en omcirkelden ons met stenen en stukken hout in hun handen. Wanneer ze zagen dat we buitenlanders waren lieten ze ons meestal zonder problemen door. Af en toe was er een groep jongens die aan de rand van de weg stonden en al het verkeer met stenen bekogelden. Hun vermogen om te richten was gelukkig net zo onvolwassen als zijzelf. Na dit oorlogsgebied doorkruist te hebben kwamen we uit bij het meer in Srinagar.

In het Dalmeer liggen honderden huisboten, sommigen overblijfselen van de Britten in India. Deze huisboten dienen als drijvende hotels, en we zochten er een uit waar we met zijn zessen op konden verblijven. Het interrieur deed denken aan de britse weleer van honderd jaar geleden, met apparte slaapkamers, een eetkamer en een zitkamer met tapijt, victoriaans meubilair, en een Indier die om de haverklap thee kwam serveren. Er roeiden een hoop Indiers rond in hun kleine bootjes die aan de veranda aan de achterzijde van de woonboot aanmeerden om ons hun waren te verkopen. Er waren groentebootjes, drankjesbootjes, souvenirbootjes, supermarktbootjes en nog veel meer. We verbleven drie dagen op deze boot.

Van Srinagar reden we naar Amritsar. De twee dagen durende tocht warende laatste 2 dagen in de Himalaya. In Amritsar staat de Gouden Tempel, een tempel van de Sikh-religie. Om even een paar standpunten van de Sikhs te noemen: Ze hebben ten alle tijden een tulband op, dragen ten alle tijden hun dolk bij zich, zijn vanaf het ontstaan van de religie al tegen het Indische kastesysteem en laten mensen van alle religies, nationaliteit en achtergrond gratis in hun tempels overnachten. Ik verbleef ook in de gouden tempel, waar er ook een gigantische keuken is die ongeveer 10.000 man per dag voedt.

Na Amritsar ging ik door naar Dharamsala. Dit is waar de Dalai Lama en de Tibetaanse overheid zich bevind. Hiervandaan vechten zij een politieke strijd tegen China, waar Tibet momenteel onderdeel van is. De Dalai Lama gaf toevallig dat weekend een lezing over Boeddhisme, dus ik greep de kans om de charismatische leider te zien. Er waren veel Tibetanen aanwezig, en toen de Dalai Lama voor het eerst binnenkwam barstten sommigen spontaan in huilen uit. Omdat China geen paspoorten uitgeeft aan Tibetanen, kunnen deze niet officieel het land verlaten. De meeste Tibetanen die in Dharamsala leven zijn lopend over de Himalaya ontsnapt, onder het risico om te sterven van de kou en uitputting (het is een tocht van meer als een maand), of om door Chinese grenspatrouilles neergeschoten of gevangen te worden. In India en Nepal kunnen de meesten asiel aanvragen.
In Dharamsala verkocht ik mijn motor. Na 5 maanden (met 2 maanden onderbreking in Nepal) in India erop rondgereden te hebben was het jammer om hem te verkopen, maar het betekend wel dat ik nu weer door kan reizen naar een volgende bestemming.    
voeg een reactie toe