De grenspost tussen india en Nepal is een van de meest chaotische die ik tot nu toe gezien heb. Overal mensen en koeien en drukte en geen duidelijke grens of immigratiekantoor. Nadat ik per ongeluk de grens al overgestoken was en me afvroeg waar ik in godsnaam mijn Nepalese exitstempel kreeg werd ik teruggestuurd naar een hokje temidden een berg winkels waar een man zat met een stempel. De Indische zijde van de grens was ongeveer hetzelfde en na veel vragen vond ik hier ook het hutje weggestopt waar ik mijn stempel op kon halen.

Die avond arriveerde ik in Varanasi, de heilige stad aan de rievier de Ganges. De Ganges wordt beschouwd als een moedergod in het Hinduisme en is een van de meest heilige plekken in India. In Varanasi worden de lijken van overleden hindus verbrand aan de oever en de resten daarna in de rivier gemikt. Met het riool van heel Varanasi, industriele vervuiling en de resten van duizenden overledenen in het water is dit een van de meest ranzige en infectiedragende water ter wereld. Toch nemen de inwoners er iedere ochtend een ritueel bad, wassen er hun kleren en doen er de afwas in.

Een zekere ochtend besloot ik een boottochtje te maken met een medereiziger. Terwijl de zon achter ons opkwam zwoegde een Indier van middelbare leeftijd om het bootje tegen de stroom op te roeien. Vroeg in de ochtend hangt er een spirituele sfeer als de priesters de openingceremonies uitvoeren en de mist nog boven het water hangt. Als de boot een dode waterbuffel die in het water drijft raakt besluit de Indier dat het mooi genoeg geweest is en roeit ons terug.

Een paar dagen later is het Holi festival. Holi is een van de belangrijkste festivals in het hinduisme en wordt gevierd door mensen van alle leeftijden die elkaar bestoken met waterbalonnen, waterpistolen, flessen en emmers gevuld met verf. Met een groepje medereizigers hadden we ons voorbereid en gigantische hoeveelheden waterbalonnen en verf ingeslagen. Als een elite-eenheid gingen we de straat op en werden finaal ingemaakt door de Indische overmacht. Na een volle dag verf gooien en zelf bestookt worden zagen we eruit als een groepje ontsnapte krankzinnigen. De volgende dag stonden we in de Hindustan Times met een foto van ons terwijl we op oorlogspad waren.

De trein van Varanasi naar Goa duurde 36 uur. In Goa bracht ik een dag op het strand door voordat ik doorreisde naar Hampi. Eenmaal daar kwam ik terecht in een guesthouse waar de goedkoopste optie voor een nacht slapen een een matras buiten op een grote rots naast het guesthouse was. Dit was voor mij een ideale optie, omdat ik s’avonds de zon onder kon zien gaan boven een prachtig landschap en in de ochtend waker werd terwijl hij weer opkwam aan de andere kant. Deze zonsop en -ondergangen waren tussen de mooiste die ik ooit gezien heb. In Hampi staan prachtige tempels, die in combinatie met het landschap de mooiste omgeving maken.

In Hampi heb ik besloten om mijn manier van reizen tijdelijk te veranderen en op een motor rond India te gaan. Een Engelsman die op hetzelfde moment als mij arriveerde had hetzelfde plan en dus zijn we samen op zoek gegaan naar een paar motors. Hampi zelf is een klein stadje, dus het was behoorlijk moeilijk om er een paar motors te vinden. Na aan bijna iedere motorverhuurplaats, monteur en iedereen die er maar uitzag alsof hij ons kon helpen gevraagd te hebben of ze een motor te koop wisten kwamen we op een royal enfield uit. Deze motorfietsen worden sinds de jaren 50 al naar hetzelfde ontwerp gebouwd en hebben dus een prachtig klasiek uiterlijk. Mijn motor wisten we van een monteur te kopen en Sam, de Engelsman, kocht de zijne van een andere reiziger. In ons guesthouse kwamen we Ilia, een Israelier tegen die ook onderweg was naar het noorden met zijn motor. Met zijn drieen besloten we samen langs de westkust van India naar het noorden te rijden. Na nog een paar dagen voorbereiden en van het landschap in Hampi genoten te hebben vertrokken we richting de kust.

Zo gauw we uit de toeristische omgeving van Hampi weg waren was het duidelijk dat er maar heel weinig westerlingen in de dorpjes waar we doorheen reden kwamen. Groepjes kinderen rennen ons zwaaiend achterna en waneer we ergens stopten om de weg te vragen of uit te rusten met een kopje chai vormde zich er een gigantische groep mensen om ons en de motors heen. Die middag bezochten we Badami, een plaats waar zich een viertal in de zesde eeuw uit de rotsen gehakte tempels bevinden. De rest van de dag zijn we doorgereden naar Gokak, waar we de nacht doorbrachten. De volgende ochtend zijn we eerst naar de Gokak Falls gegaan, een enorme aardverzakking waar nu vlak voor de moeson maar een klein beetje water naar beneden stort. Desalniettemin was dit een prachtig aangezicht. Van deze waterval zijn we verder richting de kust gereden waar we die avond aankwamen. Na onze motors het strand op gereden te hebben maakten we een kampvuur en bereidden ons avondeten in de kookpot die we bij ons hadden terwijl de zon aan de horizon langzaam de zee in zakte. Van dat punt zijn we langs de kust naar het noorden richting Bombay gereden. Iedere dag wanneer we zagen dat de zon na een uurtje onder zou gaan maakten we een bocht naar links, sloegen wat proviand in en zochten een verlaten strand op waar we konden slapen.

Tijdens een paar dagen naar het noorden rijden veranderde de vegetatie van alleen maar palmbomen en rijstvelden gelijdelijk in een meer gevarrieerde mix. We arriveerden in Bombay. Dit is de meest westerse van alle Indische steden die ik tot nu toe gezien heb. Moderne Indische studenten in strakke westerse kleren zitten bij de macdonalds in mobieltjes te praten in een straat waar alle duurste kledingmerken een winkel hebben. Wanneer ik dit zie is het moeilijk in te denken dat er in Bombai ook een van de grootste sloppenwijken in de wereld is. Het verkeer in Bombay is hectisch, maar na een dag rijden zijn we de buitenwijken gepasseerd en kunnen we weer verder.

Door het oude ontwerp van de motorfietsen die we rijden zijn deze zeer onderhoudsgevoelig, ofwel ze gaan bijna iedere dag stuk. Doordat de motor zonder rubbers op het frame gemonteerd is trilt alles na een tijdje los op deze eencilinder. Het voordeel is dat dit oorspronkelijk Engelse merk nu in India geproduceerd wordt en er dus overal Enfieldmonteurs te vinden zijn. De meeste problemen zijn goedaardig, zoals een gaskabel die onderweg breekt of een uitlaat die op de snelweg onder de motor vandaan valt, en zijn vaak zelf of met behulp van de lokale Indiers op te lossen.

We merken een duidelijk verschil in landschap toen we de staat Rajastan inreden. Het was er een stuk droger en er waren op wat bomen na kale rotsachtige heuvels zoals ik in het midden oosten ook gezien heb. De lokale inwoners hier lijken in dit landschap nog veel kleuriger dan in de rest van India met hun felgekleurde saris, de traditionele gewaden die de vrouwen dragen, en de tulbanden die de mannen in iedere indenkbare kleuren dragen (de kleur, vorm en manier van opbinden is een symbool voor religie, kaste en gelegenheid). De ritmische vibratie van de enkele cilinder onder me brengt me bijna in een trance en ik geniet mateloos terwijl we over de rollende heuvels de staat doorkruisen.

Veel te snel zijn we alweer een paar graden noordelijker en arriveren in Agra. Vroeg in de ochtend voordat de zon op is staan we voor de poort van het wereldwonder de Taj Mahal om het te bekijken tijdens zonsopgang, wanneer het licht het mooist is en het nog koel en stil is op het terrein. Sam heeft besloten van hier naar het westen naar Varanasi te rijden en gaat daarna proberen mij en Ilia in het noorden weer te ontmoeten.

De rit van Agra naar Rishikesh is een race tegen de klok voor Ilia en mij. We proberen er voor de laatste badingsdag van de Kumbh Mela te zijn. De Kumbh Mela is een hindoe festival dat in een cyclus van twaalf jaar iedere vier jaar in een van de vier heilige steden gevierd wordt. Het idee is dat er een boeltje hindoes bij elkaar komen en in de ganges baden. Om de twaalf jaar is er een grote bijeenkomst en de andere drie zijn kleine verzamelingen. Deze editie is ook een kleine en er daagt dus maar ongeveer 20 miljoen man op deze laatste badingsdag op.

Nadat we twee lange dagen alleen maar rijden achter de rug hebben komen we aan in Haridwar, waar het festival zich daadwerkelijk afspeeld. We vragen een politieagent de weg naar Rishikesh, 20 kilometer verderop. Hij verteld ons rechtdoor te rijden en na de brug rechtsaf te slaan. Wat hij niet verteld is dat er vijf miljoen man de brug tegelijkertijd over proberen te steken. Dit is de ultieme manier om mijn geduld te testen. Na wat een oneindigheid lijkt wordt de dichtheid van lichamen minder en uiteindelijk kunnen we weer normaal doorrijden. In Rishikesh zijn alle hotels vol, maar na hard onderhandelen overtuigen we een hoteleigenaar om ons op het platte dak te laten slapen.

De volgende dag namen we een tuktuk terug naar Haridwar om op de laatste badingsdag een bad in de ganges te nemen met miljoenen anderen. Later die dag kregen we te horen dat er tientallen mensen gestorven waren die dag ten gevolge van oververhitting, verdrinking, vertrappeling of ouderdom.
   
voeg een reactie toe