Vanuit Tingri moesten we nog een bergpas van 5150 meter bestijgen waarna het alleen nog maar bergafwaards ging. Terwijl we langzaam door de Himalaya naar beneden reden veranderde het landschap drastisch. Van de kale hoogvlakte dat het Tibetaanse plateau is werd het steeds vochtiger en kwam er langzaam maar zeker ook meer vegetatie op de hellingen te staan. Toen we uiteindelijk in Zangmu aankwamen bevonden we onszelf in een dichtbegroeid subtropisch landschap.

Zangmu is het grensstadje tussen China en Nepal dat langs de smalle kronkelende bergweg gebouwd is. In Tibet zelf zijn we onderweg maar weinig andere mensen tegengekomen, maar hier is een en al bedrijvigheid. Indiase Tata vrachtwagens proberen door het veel te smalle weggetje te manouvreren en het barst er van de Chinezen, Tibetanen en Nepalezen. Aan de Nepalese zijde van de grens wisselde ik 30 yuan (ofwel 3 euro) voor een kaartje voor de 7 uur durende bus naar Kathmandu.

Kathmandu ligt ongeveer 100 kilometer van de grens, maar de wegen in Nepal zijn zo slecht dat het bijna een hele dag duurt. Toen de bus vol was, en dan ook echt vol, met mensen op het dak en uit de deur hangend, vertrokken we. De kronkelende weg duurde en duurde totdat er een lange sliert van bussen en vrachtwagens in zicht kwam. we sloten achter aan en de chauffeur zette de motor af. De bus liep langzaam leeg en iedereen ging wat liggen luieren in de berm. Na een half uurtje kwam er ineens beweging in de rij voertuigen en terwijl iedereen nog op de bus sprong waren we weer onderweg. Een uur later kwamen we weer voor eenzelfde probleem vast te staan. Ik liet me vertellen dat er een staking was van de Maoisten, de aanhangers van de communistische partij die in een coalitie in de regering zit (en daarvoor bestempeld werd als terroristische beweging). Zij hadden de weg geblokkeerd met boomstammen en lieten geen voertuigen door. We besloten te gaan lopen om voorbij de blokkades te komen en die dag toch nog in Kathmandu te geraken. gelukkig hebben buitenlanders niets te maken met de onlusten en we werden vrolijk gegroet toen we na een klein uurtje lopen de blokkades passeerden. Aan de andere zijde vonden we een bus die stil had gestaan voor hetzelfde probleem en nu terugkeerde naar Kathmandu.
Eenmaal in Kathmandu aangekomen was de avond gevallen en bleken we 10 uur over de 100 kilometer gedaan te hebben. We vonden een klooster waar we konden verblijven. Twee dagen laten landde mijn familie op het vliegveld.

Toen de familie weer verenigd was, al zou het maar voor twee weken zijn, zijn we naar Nagarkot, een dorpje ten noorden van Kathmandu gereden. Vanuit dit dorp bovenop een heuvel was er een goed zicht op de Himalaya. Dat is als er geen mist is. De 3 dagen die we er doorgebracht hebben werd het met de dag minder mistig en op de laatste dag hadden we een redelijk uitzicht. Van Nagarkot zijn we naar Chitwan in de Terai gegaan. In ongeveer 100 kilometer loopt het land van de pieken van de Himalaya naar beneden tot de Terai, het laagland van Nepal. Hier is jungle. De beste manier om die jungle van dichtbij te bekijken is van de rug van een olifant. Zo vertrokken we, verdeeld over 2 olifanten met een Nepalese chauffeur het struikgewas in. Wat ruist daar in het struikgewas? Herten, apen, en ook neushoorns. Veilig op een olifant konden we dichtbij komen zonder verscheurd te worden door deze anders wat snel prikkelbare beesten. De chauffeurs stuurden de olifanten op een rivier af waar krokodillen op de oevers lagen. Zonder aan hun baasje te twijfelen lieten de olifanten zich door de rivier naar de overkant dirigeren.
De volgende dag bezochten we in de ochtend een traditioneel dorpje waar de locals naast rijst en alle andere planten om zichzelf te onderhouden ook marihuana voor eigen gebruik verbouwden. Daarna zijn we weer naar de rivier gebracht, waar een lange uitgehakte boom lag te wachten. Zo waren we s’anderendaags nog door olifanten de rivier overgebracht, vandaag was het een wankel bootje met een man met een stok achterop. Na onze opmerking dat de roerloze zonnebadende krokodillen op de oevers net zo goed van plastic hadden kunnen zijn, stuurde de man het bootje op een krokodil af, totdat we deze bijna ramden met de boeg. Het beest schoot als een pijl uit een boog de rivier in. "See? No plastic" zegt onze gids met een gezichtsbrede glimlach.
Na een dag rijden kwamen we aan in Pokhara, de tweede stad van Nepal. Deze stad ligt in een prachtige setting aan een meer omringd door bergen. Met twee gehuurde bootjes konden we het meer oversteken om daarna een berg aan de overkant te beklimmen naar een boedhhistische tempel. Van dit punt hadden we een mooi uitzicht over het meer en de stad en de omringende bergen. In Pokhara hebben we nog een klooster en verschillende tempels bezocht, alsmede een grot waardoor de uitlaatsrivier van het meer loopt.

Het was een kort ritje van 3 uur naar Bandipur. Toen we hier aankwamen regende het dat het goot en konden we niets anders doen dan in het hotel de bui uitzitten. Die namiddag stopte de regen en gingen we het locale ziekenhuis bekijken. Dit bestond uit een paar niet al te frisse gebouwen met slaapzalen, waaronder ook een "bejaardentehuis", waar een oud vrouwtje weg zat te kwijnen.
De volgende dag begon mistig en we gingen een tocht maken naar een traditioneel dorpje waar we de traditionele leefwijze konden bekijken. Tijdens de 2 uur durende tocht klaarde het lagzaam maar zeker op en toen we arriveerden in het dorpje hadden we een prachtig zicht op de himalaya. Ons verdere verblijf in Bandipur bleef de hemel helder en hadden we prachtig weer. De volgende morgen zijn we begonnen met een wandeling naar een grot halverwege een berghelling. Deze grot liep diep de berg in met verschillende zijgangen en op het diepste punt was er een klein shiva altaartje. Die middag zijn we naar Kathmandu gereden.

In Kathmandu zijn we alle zienswaardigheden gaan bekijken, waaronder de lijkverbranding aan de rivier en allerlei tempels en historische punten. Een dag van ons verblijf was er een festival. Deze jaarlijkse feestdag is de enige dag in het jaar dat het roken van hash is toegestaan, wat te merken was aan de verschillende stoned nepalezen en dat er ons nog meer hash dan normaal aangeboden werd. Mijn verjaardag hebben we ook gevierd met kadootjes van verschillende mensen uit Nederland, wat ik erg leuk vond.

Toen kwam het onvermijdelijke afschijd weer veel te snel en zwaaide ik de bus uit waarin mijn familie weer vertrok naar het vliegveld. Ik moest weer verder en ging de volgende dag naar de Indische ambassade om een visum aan te vragen.
   
voeg een reactie toe