In China is het spoornetwerk heel uitgebreid en de manier om grote afstanden snel te overbruggen. Er zijn vier verschillende klassen, van staand of zittend op een harde stoel afzien tot zeer luxe op een zacht bed. Ik was al door verschillende andere reizigers met horrorverhalen gewaarschuwd voor de harde stoel klasse, maar omdat dit de goedkoopste klasse is ging ik natuurlijk op die manier.
Voor 130 Yuan, omgerekend ongeveer 13 euro, legde ik de eerste 1500 kilometer af. De reis duurde 33 uur en was wel een beproeving, maar niet zo erg als de geruchten verspreidden. Op de trein is heet water te krijgen dus kon ik een paar instant noodlesoepjes maken en de chinese familie waarmee ik de rij stoelen deelde stond erop dat ik meehielp hun enorme voedselvooraad te verslinden voor het eind van de reis. Er waren wel verschillende ongemakkelijkheden, zoals het feit dat in China de kleine, nog niet zindelijke kinderen gewoon met een gat van voor tot achter in hun broek lopen. Wanneer ze hun behoefte moeten doen hurken ze ter plekke neer en laten het lekker lopen. Ook in de trein. Er is ook niet veel ruimte om je benen te strekken en omdat het licht de hele nacht aan blijft valt slapen erg tegen.
Aangekomen in Urumqi, de hoofdstad van Xingjian, viel me het gigantische verschil met Kashgar meteen op. Zo is Kashgar nog een typische centraal Aziatische stad met de bevolking voornamelijk bestaand uit de Uygurs van turkse afkomst, de oorspronkelijke bewoners van Xingjian, zo is Urumqi een echte chinese stad met een meerderheid van Chinezen en overal knipperende neonverlichting. Wat wel opvallend is in beide steden, is de hoeveelheid militaire patrouilles op straat. Sinds de onafhankelijkheidsrellen in maart is de chinese grip op Xingjian krachtiger dan ooit. Met veiligheidscameras en militairen in alle straten worden de Uygurs en de "harmonie" in de gaten gehouden. Ik hoef me er als buitenlander gelukkig niet erg druk om te maken.
Van Urumqi ben ik met een 25 uur durende treinrit doorgegaan naar Lanzhou, een stad die in de jaren 90 de meest vervuilde stad ter wereld was. Dit is te merken aan alle mondkapjes op de mensen en de waterige zon die niet in staat is om door de smog heen te breken. Van Lanzhou was en slechts 3 uur in de trein naar Xining, een stad waar een grote mix van mensen woont. Han Chinezen, Uygurs en plotseling ook een vreemd gekleed volk met harde gezichten. Xining is de hoofdstad van de chinese provincie Qinghai, oorspronkelijk onderdeel van Tibet. De traditionele tibetaanse klederdracht is een schapen- of yakhuid om het lijf geslagen met daaronder zelfgemaakte kleding.
In Xining vond ik voor het eerst sinds lange tijd een hostel met een hoop andere reizigers. Het was er ook warm voor de tijd van het jaar dus heb ik hier een paar aangename dagen gehad om uit te rusten voordat ik de trein pakte naar Lhasa.
Om Tibet binnen te komen is er een hoop geregel nodig. Ik moet op een officiele tour van een reisbureau, er moet continu een gids in mijn bijzijn zijn om me in de gaten te houden en behalve de trein naar Lhasa is het verboden om zelfstandig te reizen. Ik moet dus ook een auto huren om me binnen Tibet rond te bewegen. Gelukkig had ik 2 andere reizigers gevonden die dezelfde trip in gedachten hadden en waarmee ik de kosten voor de tour kon delen.
Omdat deze 2 reizigers een ticket voor een bed hadden (en ik weer voor een stoel), gingen we in de slaapwagon zitten, waar meer ruimte was. Toen de avond viel en om 10 uur de lichten gedoofd werden, werd me niet gevraagd of ik terug wilde keren naar mijn stoel. Omdat het compartiment waar we die dag hadden gezeten verders leeg was, heb ik het me gemakkelijk gemaakt en heb ik daar heerlijk geslapen.
In Lhasa werden we door onze gids afgehaald en naar een hotelletje gebracht. In de binnenstad waren we wel toegestaan zelf rond te lopen, maar om bezienswaardigheden te bezoeken moest onze gids erbij zijn. De komende dagen hebben we alle boeddhistische tempels en kloosters, inclusief het beroemde Potala Palace, de voormalige residentie van de Dalai Lama, bezocht. Omdat het winter is, hebben alle nomaden hun yaks bij elkaar gedreven en hebben nu tijd om als pelgrims naar Lhasa te komen, dus om ieder klooster was een stroom van mensen die de kora liepen. Met gebedsmolentjes in de hand (iedere rondgang van een gebedsmolen is een gebedje zonder dat je hem uit hoeft te spreken) liepen ze rond de kloosters om ook alle gebedsmolens aan de kloostermuur een draai de geven. Op de laatste dag kochten wij ook een gebedsmolen en liepen met de pelgrims mee, wat veel bekijks opleverde. Sommige van deze pelgrims hadden nog nooit buitenlanders gezien en we werden haarfijn uitgelegd hoe we precies een gebedsmolen beet moesten houden en ermee draaien.

Vanuit Lhasa zijn we met de gehuurde auto doorgereden naar Shigatse, de tweede stad van Tibet, en daarna naar Tingri en Zhangmu. Buiten Lhasa neemt het landschap al snel dramatische proporties aan. Over een bergpas kregen we een prachtig uitzicht over Yamdrok Lake, een van de vier heilige meren in Tibet. Hierna reden we door over bergpassen van boven 5000 meter aan de voet van adembenemende gletsjers. Op iedere bergpas is een monument gebouwd waaraan de Tibetanen gebedsvlaggen bevestigen (iedere gebedsvlag die wappert in de wind is ook een gebedje zonder uitgesproken te hoeven worden).

Na 2 dagen rijden kwamen er achter een berg een enorm vergezicht tevoorschijn. De berg Qomolangma domineerde de horizon als een piramide naar de hemel en leek zelf wolken te produceren. In het westen is de berg bekend als Mount Everest, de hoogste berg ter wereld.
Die nacht brachten we door in Tingri, in een hotelletje zonder verwarming met een panorama op de Himalaya.
   
voeg een reactie toe