2009-12-29 - Yaks en Opium

De treinreis van Karakalpakstan terug naar Samarkand duurde 20 uur en ik kreeg weer een bed toegewezen. De familie waar ik een coupe mee deelde zorgde ervoor dat ik niet zonder thee kwam te zitten en dat ik welgevoed naar bed ging. Terug in Samarkand heb ik meteen een busje naar de grens met Tajikistan genomen. De grenspost die ik naderde was de meest armoedige die ik tot nu toe gezien heb, en bestond uit een zeecontainer waar een kozijntje uit geslepen was, waardoor mijn paspoort gestempeld werd. Mijn bagage werd niet gecheked, en ik werd ook niet getest op de varkensgriep, wat op bijna alle voorgaande grenzen wel gedaan werd. In het grensstadje Penjikent was geen bank met pinautomaat, alleen wisselkantoren met een slechte koers. Gelukkig had ik in Oezbekistan al wat Tadzjikse Somoni gewisseld met een andere reiziger, dus nam ik meteen een busje naar een dorpje richting Dushanbe, de hoofdstad van Tadzjikistan.
Tussen Penjikent en Dushanbe liggen de Fan mountains. Prachtig in de zomer, in de winter kan sneeuw het reizen door deze bergen aardig dwarsliggen. Tegen de avond stopte het busje in een dorpje en keek ik uit naar een plaats waar niet teveel sneeuw lag zodat ik mijn tent op kon zetten. Een inwoner van het dorpje vroeg waar ik mee bezig was en toen hij mijn uitleg hoorde werd me verteld dat ik hier niet kon kamperen. Niet omdat dat verboden is, maar omdat het volgens hem te koud was. Ik werd meegenomen naar zijn huis, waar de vrouw des huizes meteen aan de slag ging om een uitgebreidde maaltijd te bereiden. Na mezelf aardig rond gegeten te hebben werd ik weer meegenomen naar een ander huis, waar de gepensioneerde engels lerares woonde. Deze vrouw verdween na een korte introductie de keuken in en kwam een een half uurtje later weer tevoorschijn met een grote hoeveelheid Tadzjiks eten. Nu zat ik al behoorlijk vol, het Tadzjikse eten is niet bepaal een streling voor de tong. Met moeite werkte ik de soep (warm water met een aardappel en een stuk bot met een paar vellen vet eraan) naar binnen. De Plov, rijst met wortel en dezelfde stukken bot sloeg ik af. Na de maaltijd werd het tafelkleed van de vloer opgeruimd en werd er een matras neergelegd, waarop ik de nacht doorbracht.
De volgende ochtend vond ik een lift in een Lada 4x4, die vanaf dat punt echt nodig was, die me de adembenemende tocht naar het Iskander Kul meer hoog in de bergen bracht. Hier sneeuwde het al hevig en gleed de Lada af en toe gevaarlijk dicht naar de rand van de weg, die op een richel naast het meer liep. In het dorpje aan het meer werd ik weer ondergebracht bij een gezin en kreeg ik weer veel te veel eten voorgeschoteld. Van het meer ben ik de volgende dag de bergpas overgestoken, wat nog een behoorlijk avontuur was. Overal waren er auto’s en trucks van de weg gegleden en een lawine had de pas onbegaanbaar gemaakt. Na een halve dag was de weg sneeuwvrij gemaakt en in de avond arriveerde ik in Dushanbe.
In Dushanbe moest ik een GBAO bevoegdheid regelen, die nodig is om naar het Pamirgebergte te reizen. Toen ik deze bemachtigd had nam ik een 4x4 naar Khorog, het centrum van GBAO. Toen deze volgepropt zat met mensen en bagage vertrokken we om 10 uur in de ochtend. De enige begaanbare route in de winter is de weg langs de Amu Darja rivier, die de grens vormt met Afganistan. Na een dag rijden en verschillende militaire checkpoints ongezien een klein bedrag toegeschoven te hebben kreeg de chauffeur steeds meer uitdagingen. Zo moesten we verschillende rivieren zonder bruggen oversteken, waar al verschillende auto’s in verzakt stonden te wachtten op de volgende morgen om eruit gesleept te worden. De tocht vervolgde door een waterval heen en om 10 uur de volgende ochtend kwam Khorog in zicht. Ik ben meteen doorgegaan naar Ishkashim, in de Wakhan vallei.
De Afgaanse zijde van de Wakhan vallei vormt de Wakhan corridor, het rare slurfje aan het noordoosten van Afganistan. Deze grens is zo gevormd toen in de 19e eeuw het russische tsarenrijk en het Britse rijk vanuit India (en wat nu Pakistan is) om dit gebied streden en een bufferzone tussen de 2 rijken wilden hebben. Deze prachtige vallei ligt nu in een vergeten stukje van de wereld. In de Pamirs zijn de verschillende valleien en dorpen eeuwenlang van elkaar geisoleerd geweest, zodat er per vallei en soms zelfs per dorp zich een eigen taal ontwikkeld heeft. Ik kreeg een lift naar Langar, een dorpje 100 kilometer verderop, die een dag duurde. Tijdens deze lift werden er meerdere locals opgepikt, en waar we die afzetten werden we iedere keer binnen uitgenodigd om te eten en thee te drinken. Eenmaal in Langar was het donker en werd ik bij de man die me een lift gaf thuis uitgenodigd. Na een blik op mijn sokken geworpen te hebben kwam zijn vrouw met een setje zelfgebreidde kousen aan, het soort dat hier in de Pamirs gedragen werd omdat mijn sokken volgens haar niet warm genoeg waren. Ik bracht de nacht bij dit gezin door en de volgende dag ging ik te voet op pad verder de vallei in, die nu rap in hoogte steeg. Bij Langar splitst de rivier in tweeen en de grens met Afganistan was nog maar een stroompje van een meter breed. Deze grens is de grootste opium smokkel grens ter wereld. Ik snap nu waarom het Tadzjikse leger zoveel moeite heeft om deze grens te bewaken. Na een paar uur lopen werd de halve meter sneeuw te hoog en keerde ik terug richting Langar. Ik kampeerde naast een afgrond waar de sneeuw weggewaaid was. Ik was blij met de kousen die de vrouw me gegeven had, want de temperatuur daalde die nacht tot -20. De daaropvolgende dagen heb ik mijn weg terug naar Khorog gemaakt, lopend en liftend, de nachten doorbrengend bij de lokale bevolking die me om de haverklap in hun huis uitnodigden. Onderweg kwam ik regelmatig militaire patrouilles tegen die de opiumsmokkelaars tegen moesten houden.
Van Khorog ben ik doorgereist langs de Pamir Highway, de weg die de Russen door het gebergte van Khorog naar Osh in Kirgistan aangelegd hebben. Het eerste deel van de weg steeg sterk en daarmee werd het ook meteen een stuk kouder. De binnenkant van de auto bevroor al snel en de verwarming was alleen in staat om een klein randje onderaan de voorruit ijsvrij te houden waardoor de bestuurder de weg kon zien. Toen we aankwamen in Murgab, een dorpje op een hoogte van 3500 meter, was de nacht gevallen. Ik dacht dat het koud was in de auto, maar toen ik uitstapte en ik ademhaalde voelde ik pas echt hoe koud het was. Ik liet me vertellen dat in de nacht de temperatuur tot -45 daalde. In Murgab is de elektriciteit van zulk een laag voltage dat je er een gloeilamp ook alleen een beetje kan laten gloeien. Het hotel, een lokaal huis waar een kamer met een bed over was, werd warmgehouden met een kachel, waarvoor de brandstof hier door het gebrek aan vegetatie alleen heideplantjes en gedroogde yakmest is. De volgende dag ben ik de omgeving van Murgab gaan bekijken. Het thermometertje die ik bij me heb gaat maar tot -30, dus ik weet niet hoe koud het overdag was. De leefomstandigheden hier zijn minimaal. Water wordt uit het beekje gehaalt, en de yaks zijn de enige andere middelen om te overleven, wat ik merkte in alle yakbotermelk die me aangeboden werd. Veel gezinnen hebben dan ook iemand in het buitenland werken, om een beetje geld in het laatje te brengen.
De volgende dag vervolgde ik mijn reis naar Osh. Er werd 11 man inclusief bagage in een jeep geduwd, waarvan 2 op de bestuurdersstoel. De grensovergang was behoorlijk lastig, vooral door de corrupte militairen, die geld wilden zien. Omdat ik geen geld voor ze had lieten ze me niet door. Ik speelde het spelletje rustig mee en ging zitten en begon wat te lezen. Al gauw hadden ze in de gaten dat er aan mij weinig te verdienen viel en konden we weer op weg. De weg aan de Kirgizse zijde was niet sneeuwvrij gemaakt en de chauffeur had een "gang is alles" mentaliteit. Dit resulteerde in een leuk en spannend ritje en misselijke dames op de achterbank. Het was weer donker toen ik aankwam in Osh, en daarmee was ik weer uit het Pamir hooggebergte.   
voeg een reactie toe