In Turkistan staat het Mausoleum van Hoja Ahmed Yasaui. Toen deze islamitische leermeester in de twaalfde eeuw stierf werd er een niet te zuinig mausoleum voor hem gebouwd. Vandaag de dag is dit een belangrijk pelgrimsoord en wordt door de lokale bevolking gelijk aan of zelfs belangrijker dan Mekka gezien. Toen ik op dit monument afliep en door verschillende groepjes jonge moslims gevraagd werd of ik met hen op de foto wilde kwam er ook een jongen die engels sprak op me af. Deze jongeman wilde maar al te graag zijn engelse vaardigheden oefenen en bood aan me een rondleiding in het engels te geven. Dit klonk als een goed aanbod dus ik accepteerde zijn aanbod. Hij leidde me rond en vertelde me een hoop over de geschiedenis van Yasaui en het mausoleum, waarvan ik perplex stond van de grootte van het gebouw.

Na dit uistapje ging ik weer verder op weg naar het zuiden, naar de stad Shymkent. Daar aangekomen was het donker en zocht ik een plek om mijn tent op te zetten, maar omdat dit een behoorlijk grote stad is en ik ermiddenin was afgezet was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Toen ik door de eindeloze buitenwijken liep zag ik een oude verlaten sovietfabriek die er uitzag als een goede slaapplek, zoals oude verlaten sovietfabrieken al vaker als goede slaapplekken voor me gediend hebben. Ik klom over een muurtje en probeerde de verschillende grote betonnen gebouwen, maar deze bleken allemaal op slot. Op het terrein was ook een spoorlijn waar verschillende oude wagonnen op stonden weg te roesten. Omdat ik alleen maar beschutting voor de regen zocht vond ik onder een van deze wagonnen een mooie rustige slaapplek. Midden in de nacht werd ik echter gewekt door het geluid van een walkie talkie waaruit een krakerige stem in het Russisch klonk. Toen ik opkeek zag ik dat deze walkie talkie aan de riem hing van een bewaker die zijn ronde over het fabrieksterrein maakte. Dit complex was toch niet zo verlaten als ik dacht. Ik kroop nog wat verder in de schaduw totdat ik zeker wist dat ik uit het zicht lag en sliep weer verder. Die ochtend ben ik vroeg opgestaan en heb ik mijn weg terug naar de weg gevonden zonder gezien te worden.

Het kostte me van Shymkent nog twee dagen liften om in Almaty te komen, de voormalige hoofdstad en nog steeds Kazachstans grootste en belangrijkste stad. Hier kon ik mijn visa voor Oezbekistan en Tajikistan ophalen. Voor mijn Oezbeekse visum had ik een uitnodiging nodig, een zogenaamde "Letter Of Invitation", oftewel LOI. Deze LOI kon ik via een reisbureau in Kazakhstan bemachtigen. Ik had echter wel een bewijs van werkneming of een bewijs van student nodig. Omdat ik op het moment geen student ben en geen baan heb was dit een probleempje. Ik besloot het erop te wagen en mijn nep-studentenkaart die ik in Syrie van een man in de woestijn gekocht heb te gebruiken. De kaart werd geaccepteerd en een kopietje werd naar het ministerie van buitenlandse zaken van Oezbekistan gestuurd. Er kwam goedkeuring voor mijn visa zonder problemen, wat ook bewees dat dit allemaal pure bureaucratie is en dat er niets gecontroleerd word. Voor Tajikistan had ik gelukkig geen LOI nodig. Nadat ik deze visa in mijn handen had kon ik op weg naar Oezbekistan.

Aangekomen in Tashkent, de hoofdstad van Oezbekistan had ik ten eerste lokaal geld nodig. Ik ging op zoek naar pinautomaten, maar omdat die in Oezbekistan allemaal binnen in de banken zijn en het na sluitingstijd geweest was was dit een hopeloze zaak. Omdat ik het hotel waar ik wilde slapen de 13.000 som voor een nacht vooruit moest betalen had ik toch die dag geld nodig. Er werd me verteld door een andere reiziger dat er voor het treinstation verschillende geldwisselaars stonden. Daar aangekomen werd ik door een van de vele mannen die volle plastic tassen beethielden benaderd om mijn geld te wisselen. Ik vroeg hem hoeveel Oezbeekse som ik voor 100 dollar kon krijgen. (Ik wist dat de koers ongeveer 150.000 som voor 100 dollar is.) 190.000, zei de man. Dit klonk me als een zeer goede deal, maar ik probeerde er natuurlijk nog wat meer van te maken. Na een minuutje onderhandelen werden we het eens op 195.000 som voor 100 dollar. Terwijl ik tevreden over mijn winst terugliep naar het hotel, dacht ik bij mezelf dat deze geldwisselaar is niet zo heel goed in zijn vak is. Later zou ik echter vaker dezelfde deal maken, en leerde ik dat de inflatie in Oezbekistan zo hoog is dat iedereen die geld wil sparen dit in amerikaanse dollars doet, omdat hun Oezbeekse som na verloop van tijd alleen maar minder waard wordt.

Na in Tashkent mijn Kyrgyzse visum opgehaald te hebben ben ik richting het zuiden gaan liften. Liften in Oezbekistan is zo goed als onmogelijk, zoals ik al snel ondervond. Zogauw ik mijn hand uitsteek stopt er meteen een auto, veronderstellend dat ik een taxi probeerd te stoppen. Iedere chauffeur hier is namelijk een taxichauffeur, als hij daar zin in heeft. Zo is het heel makkelijk om een taxi van het ene punt naar het andere te pakken, maar minder om te proberen uit te leggen in mijn zeer beperkte russische woordenschat dat ik een lift naar de volgende stad zoek, en geen taxi. Nu ben ik niet te beroerd om mee te betalen voor de benzine, maar een taxiprijs word me iets te duur. Met veel moeite lukte het toch om naar het eerste dorpje te komen. Hier was het hetzelfde verhaal om weer door te liften. Ik besloot wat verder uit het dorpje te lopen om zo te proberen alleen auto’s te stoppen die zowieso al onderweg zijn naar het volgende dorp. Na een tijdje gelopen te hebben kwam er een van de vele politiecheckpoints in zicht. Toen ik er aankwam werd ik door de agent in dienst gevraagd wat ik van plan was. In mijn al eerder gernoemde beperkte russisch was ik in staat om uit te leggen dat ik lopend onderweg was naar Samarkand, en dat ik geen geld had voor de bus of de trein (wat ik natuurlijk wel heb, maar zie ze dat maar eens uit te leggen). De agent gebaarde dat ik moest blijven wachten bij de politiepost. Na een paar minuten kwam er een auto aanrijden met een officier erin. De agent wisselde een paar woorden met de officier waarna ik bij hem in de auto gezet werd. De officier bracht me naar de volgende politiepost waar hij de situatie uitlegde aan de volgende agent, die toen weer hetzelfde deed. Op die manier werd ik van checkpoint naar checkpoint gebracht totdat ik uiteindelijk aankwam in Samarkand.

Samarkand, de beroemde historische hoofdstad van het rijk van Timoer “De Lamme”, is vaak genoemd in historische versen en teksten als een van de mooiste steden op aarde. Met recht, want er staan werkelijk adembenemende gebouwen in het historische centrum. Timoer was naast de bloeddorstige tiran als wie hij de het halve continent heeft veroverd ook een cultureel persoon, en heeft een pracht aan bouwwerken neergezet. In het middelpunt staat het Registan, 3 immense gebouwen waarin vroeger medressa’s (islamitische leerscholen) huisden. Daaromheen staan nog vele andere indrukwekkende constructies, waaronder mausoleums, moskeeen en paleizen.

Na een paar dagen in Samarkand rondgedwaald te hebben, heb ik de bus genomen naar Bukhara en Khiva, beiden bijna net zo indrukwekkend als Samarkand. Van Khiva ben ik nog verder naar het noordwesten gereisd, naar de deelrepubliek Karakalpakstan. Hier spreken de mensen hun eigen Karakalpak taal en zijn trots op hun eigen stukje land en volk. Terwijl ik al 4 uur in de bus zat en we bijna aankwamen in het dorpje van mijn bestemming, probeerde de man naast mij met me te communiceren. Na de gebruikelijke vragen beantwoord te hebben, (waar ik vandaan kom, hoe oud ik ben, of ik getrouwd ben en kinderen heb) nodigde de man me uit om mee te komen naar zijn huis. Gezien het ondertussen al donker was en omdat het regende ik niet zoveel zin had om mijn tent nog op te moeten zetten accepteerde ik de uitnodiging. Eenmaal aangekomen in Moynaq namen we een taxi naar de andere kant van het dorp. Toen ik uit de auto stapte kon ik muziek achter de schutting vandaan horen komen. Toen we de tuin binnenliepen zag een grote verzameling mensen die feest vierden. Er was een kampvuur en mensen dansten in de tuin. Ik werd meteen door naar binnen geleid en bij de mannen aan de eettafel gezet. Er werd van alle kanten eten naar me toegeschoven en een glas vodka voor me ingeschonken. De leraar engels van het dorp kwam naast me zitten en op die manier was ik in staat fatsoenlijk te communiceren en kwam ik erachter dat het feest een bruiloft was. Omdat ik nu de eregast was werd ik zo vol mogelijk gepropt met al het eten en drinken date er in huis was. Na verschillende glazen vodka werden de westerse liedjes uit de oude doos gehaald. Dancing Queen van Abba opgezet en er werd van me verwacht dat ik een dans voor het getrouwde koppel te maakte. Terwijl ik mijn best deed om de anderen na te doen en mezelf belachelijk maakte werd dit allemaal vastgelegd op de trouwvideo. De volgende dag nam ik afscheid van de familie en met een lichte kater in mijn hoofd ging ik op pad om de omgeving van Moynaq te bekijken.

Moynaq was tot de jaren 70 een van de belangrijkste vissersstadjes aan de Aralzee. In de jaren 60 besloten de soviets dat de woestijn in Oezbekistan en Turkmenistan best gebruikt konden worden om katoen te verbouwen. Hiervoor was wel water nodig, en een ingenieus irrigatiesysteem haalde dit water uit de Amu-Daria, de grootste rivier in centraal Azie. De Amu-Daria echter voedde voorheen de Aralzee, maar is nu aan de monding totaal uitgedroogd. Hierdoor is de zee aan het krimpen gegaan en is nu nog maar een fractie van wat het vroeger was. De gevolgen hiervan zijn duidelijk zichtbaar in Moynaq, een stadje dat voorheen aan zee lag, maar nu midden in een woestijn, met de nieuwe kustlijn meer dan 100 kilometer verderop. De bevolking van Moynaq werkte voornamelijk in de visindustrie, en is nu grotendeels werkeloos. Het inwonersaantal loopt geleidelijk aan terug doordat veel mensen het stadje nu verlaten om elders een beter leven te zoeken. In het zand van het voormalige zeebed liggen nu oude vissersboten weg te roesten als een somber aandenken aan de welvaartsdagen van dit eens bruisende stadje.
   
voeg een reactie toe