2009-11-14 - Eindeloosheid



Ik loop langs een zandpad in de middagzon. Dit zandpad loopt door een steppelandschap. Als ik om me heen kijk zie ik in alle richtingen tot zover het oog rijkt niets dan een vlak landschap met dood gras. Ik loop al sinds ik vertrokken ben van de plaats waar ik de dag ervoor afgezet ben door een vrachtwagenchauffeur. Deze vrachtwagenchauffeur is weer vertrokken is in de richting waar hij vandaan kwam, omdat hij opgebeld werd door zijn baas dat hij toch niet de 700 kilometer door niemandsland af hoefde te leggen maar terug naar de stad waar hij vandaan kwam moest komen. Hij bood aan me weer mee terug te nemen, maar omdat ik weet dat dit de hoofdweg en tevens de enige weg is naar Aralsk, de volgende stad in deze leegte, besloot ik om uit te stappen en te kamperen, en de volgende dag door te liften. Ik weet dat het nog ongeveer 200 kilometer is tot Aralsk, en ik heb gisterenavond mijn laatste eten opgegeten. Hier maak ik me niet zoveel zorgen om, want het is mijn water dat ook bijna op is.

De boot van Baku naar Aktau heeft geen schema. Toen ik informeerde naar de vertrektijden haalde de vrouw in het tickethokje haar schouders op. Niet omdat het haar niet interreseerde, maar simpelweg omdat niemand weet wanneer de boot daadwerkelijk vertrekt. "Waarschijnlijk morgen of overmorgen" was het nauwkeurigste antwoord dat ik los wist te krijgen. De volgende dag ben ik weer gaan informeren, en kreeg ik hetzelfde antwoord. Toen de vrouw mij de dag erop weer aan zag komen, gebaarde ze dat ik moest rennen. "De boot vertrekt in 5 minuten!" Ik rende als een zot naar de haven, waar ik erachter kwam dat het de boot naar Turkmenistan was die op dat moment vertrok. In de haven werd me verteld dat de boot naar Kazachstan in een paar uur zou vertrekken. Ik besloot te wachten. In de haven kwam ik een Ier tegen die met de motor onderweg was naar Australie, en die ook op de boot zat te wachten. Vier uur later (9 uur s’avonds) konden we aan boord. Ik had gevraagd om het goedkoopste ticket, het liefst zonder hut, maar er was maar 1 prijs en daar zat een hut bij in. Een uur s’nachts vertrokken we richting Kazachstan.
De volgende dag was een volle dag op zee. Die hele dag was er geen land in zicht, tot ongeveer 8 uur s’avonds de haven van Aktau in zicht kwam. Wederom was het 1 uur s’nachts voordat we aanmeerden en aan wal konden. Voordat ik door alle grensprocedures heen was was het inmiddels 5 uur dus rolde ik mijn matje ergens in de semi-woestijn uit en kon nog een paar uurtjes slaap vatten.
Ik was verteld op de grens dat ik me moest laten registreren in de eerste 5 dagen van mijn verblijf in Kazachstan, dus besloot ik dat die dag meteen te doen. Ik vond het kantoor van de migratiepolitie ergens in een achterwijk en kwam er al snel achter dat er niemand engels sprak. Een medewerker belde een vrouw op die engels sprak, en door middel van de telefoon heen en weer te geven kon ik de beambte duidelijk maken wat ik wilde. Ik moest om 4 uur terugkomen om mijn paspoort op te halen. De dag besteedde ik met deze kuststad bekijken. Deze stad is pas in 1961 door de soviets gebouwd, omdat er een uranium-bron gevonden was. Tegenwoordig is het een oliestad, een basis voor de grote olie en gasreserves in de Kaspische zee. Om 4 uur was ik weer bij de immigratieppolitie, waar ik de Ier zittend voor de ingang vond. Hij was ook verteld om om 4 uur terug te komen, maar nu was het gebouw verlaten op een bewaker na. Deze bewaker vertelde ons dat de immigratiepolitie op zaterdag om 12 uur sloot en dat we op maandag maar weer terug moesten komen. Hier waren we het beiden niet mee eens, omdat ons verteld was om om 4 uur die dag terug te komen. We besloten de bewaker net zolang lastig te vallen totdat hij iemand zou bellen om onze paspoorten en immigratiekaart te overhandigen. Deze strategie werkte en na 2 uur lang op zijn raampje geklopt te hebben en telefoongebaren gemaakt te hebben kwam er iemand opdagen die een stempel op onze immigratiekaart stampte en onze paspoorten teruggaf.
Omdat het na dit oponthoud al bijna donker begon te worden besloten de Ier en ik om bij een paar Kazachs die een gebouw tegenover de straat aan het renoveren waren te vragen of we in dat gebouw konden overnachten. De Kazachs waren maar al te blij met gasten en omdat ze zelf ook in het gebouw sliepen begonnen ze meteen een maaltijd te bereiden. Deze maaltijd bestond uit een kleingesneden gekookte koeienuier in een groenteprakje. De Ier was wat argwanend tegenover de koeienuier en at zijn eigen eten, maar ik besloot een maal van deze pot naar binnen te werken. De groenten smaakten prima, maar de uier was behoorlijk taai.

De volgende dag nam ik een minibusje naar een dorpje in het binnenland aan de hoofdweg naar het oosten. De wegen waren geasfalteerd en er kon goed doorgereden worden, en omdat er bijna niets tussen de paar grote steden in was, beloofde het een goed land om lange liften te krijgen. In het minibusje zat ook een Kazach advocaat, die een beetje engels sprak. Hij woonde in het dorpje en nodigde me uit in zijn huis. Toen ik binnenkwam en mijn schoenen had uitgedaan (dit is ook een islamitisch land) werd ik in de woonkamer neergezet, de hele familie werd opgetrommeld en er werd een tafel vol met voedsel gedekt. Ik moest me zo vol mogelijk eten, en na een behoorlijke hoeveelheid voedsel naar binnen gewerkt te hebben werd me nog steeds verteld dat ik niet genoeg gegeten had. Na de maaltijd maakte ik aanstalten om weer door te gaan. Voordat ik mocht vertrekken werd er een grote zak met eten in mijn handen geduwd voor onderweg, mijn waterflessen werden bijgevuld en ik moest de sokken die ik aanhad, waar ondertussen al verschillende tenen doorheen staken ter plekke uittrekken en er werd me een nieuw paar gegeven die ik moest aantrekken. Hierna ben ik weer gaan liften.
Na een paar korte lifts naar de dorpjes langs de hoofdweg werd ik opgepikt door een vrachtwagenchauffeur die samen met 2 andere chauffeurs 2 trucks naar het oosten reed. Hij sprak geen engels maar met handgebaren kon ik toch nog aardig communiceren met hem, en ik kwam erachter dat ze onderweg waren naar Atyrau, een stad ongeveer 800 kilometer naar het noorden aan de Kaspische zee. Ik prijsde mezelf gelukkig met deze lift en verwachtte een uur of 10 rijden tot Atyrau. Na enkele kilometers hield echter het asfalt op en werd vervangen door puin. Hierdoor konden de vrachtwagens niet zo hard meer rijden, en ik verwachtte een hele lange nacht rijden. Na nog een paar kilometers hield ook het puin op en veranderde de weg in een zandpad met putten en gaten door de semi-woestijn. Nu was de weg zo slecht dat de trucks maximaal 20 kilometer per uur konden rijden. Omdat de weg zo slecht is rijdt het meeste verkeer door de woestijn naast de weg, waar de ondergrond veel vlakker is. Totdat de paden die op deze manier gevormd worden zelf ook weer te slecht worden om op te rijden, en iedereen er weer naast gaat rijden. Op deze manier ontstaat er een netwerk van zandpaden van soms wel een paar honderd meter breed paralel aan de originele weg. De vrachtwagenchauffeurs probeerden de meest vlakke paden te kiezen om zo hard mogelijk te kunnen rijden, en af en toe leek het net de dakkar rally.
Toen het donker werd stopte de vrachtwagens bij een eenzaam eethuisje, waar ze mij ook een maaltijd voorschotelden. Een van de chauffeurs sprak een beetje engels, en vertelde me dat ze hier zouden blijven overnachten. Ik had niet veel keus dan tent op te zetten en de nacht hier door te brengen. De volgende dag vertrokken we weer vroeg en reden de hele dag door hetzelfde monotone landschap zonder enige afwisseling buiten de paar eethuisjes langs de weg. Die avond kwamen we aan in Beyneu, 300 kilometer van waar ik opgepikt werd door deze chauffeurs, en de enige stad in de wijde omtrek. Hier bleven we weer overnachten. De volgende dag zag ik tot mijn opluchting dat er vanaf Beyneu naar het noorden weer asfalt lag, en de chauffeur wist me duidelijk te maken dat het totaan Atyrau door zou lopen. Dit klopte en de laatste 500 kilometer konden we in een dag afleggen. Na deze geweldige maar slopende lift besloot ik van Atyrau naar Aqtobe een trein te nemen, omdat de vrachtwagenchauffeurs me verteld hadden dat de weg naar Aqtobe hetzelfde was als de eerste 300 kilometer in de vrachtwagen.

De trein was een oude soviet machine die de nacht door zou gaan en s’ochtends in Aqtobe aan zou komen. Eenmaal in de trein werden er lakens uitgedeeld en het duurde niet lang voordat iedereen lag te slapen. Iedereen behalve ik, omdat deze slaaptreinen niet gebouwd zijn voor mensen van bijna 2 meter. Iedereen die naar de wc moest moest bukken, omdat ik het bovenste bed had en mijn voeten op ooghoogte van de locale bevolking in het gangpad staken. Na uiteindelijk toch in slaap gevallen te zijn kwam de trein na 15 uur in Aqtobe aan.

In Aqtobe vroor het dat het kraakte en voordat ik begon te liften schafte ik op de lokale markt een paar Kazachse handschoenen aan. Ik werd al snel opgepikt en vertrok weer de woestijn in. Het landschap om me heen zag er precies hetzelfde uit als hoe het deed toen ik de vorige dag de trein boordde. Na een paar uur rijden in verschillende auto’s werd ik opgepikt door een vrachtwagen in het laatste dorpje in de omgeving van Aqtobe. Er zat al 3 man in de vrachtwagen maar ik paste er nog wel bij. We vertrokken naar het zuiden richting Aralsk. Na uren rijden ging de telefoon van de chauffeur. Na een kort gesprek stopte hij de vrachtwagen en maakte duidelijk dat hij terug moest keren naar Aqtobe.

Ik heb nu in ongeveer een volle dag geen enkel teken van andere mensen gezien, totdat ik als ik weer eens omkijk aan de horizon een stofwolk zie. Ik dank hemel en aarde dat er tenminste eeniemand langs deze weg rijdt en probeer tussen alle paden langs de originele weg het pad te vinden waarop deze auto rijdt. Wanneer de auto stopt komen er 3 mannen uit de auto met een verbaasde uitdrukking op hun gezichten. Blijkbaar is het ietwat ongewoon om op deze plaats te staan liften. Met mijn russische vocabulair dat ondertussen aardig uitgebreidt is ben ik in staat een beetje te communiceren en kom erachter dat deze russen onderweg naar Uzbekistan zijn. Er wordt wat eten en een thermoskan thee tevoorschijn gehaald en na wat gegeten te hebben prop ik mijn tas in de kofferbak en vouw mezelf bij de 3 mannen en al hun bagage in de auto. We vertrekken en rijden na een paar uur langs Aralsk, een vissersstad midden in de woestijn. 40 jaar geleden stond deze stad nog aan de kust van de Aralzee, maar een staaltje sovietpolitiek in die tijd heeft tot resultaat gehad dat de kustlijn nu 100 kilometer verderop ligt. De russen brengen me ongeveer 1000 kilometer verder naar Turkestan, de stad waar het gigantische mausoleum van de centraal asiatische islamitische held staat waar ik weer in de beschaafde wereld ben.   
cindy
ey nielsie...
zo ben je opeens in een korte tijd toch wel heel ver... lijkt me zooo onwijs kut om ergens te lopen waar je een dag lang niemand ziet... gelukkig toch weer goed gekomen... dat denk ik wel vaker bij je verhalen.
iig doe voorzichtig en tot over een paar maandjes!!
ik kijk er naar uit   
2009-11-26
Lidy en Peter
Hai die Niels,
Wij genieten hier erg van jou verhalen en foto\'s gisteren was op discovery ook zon reiziger die in baku was dus moest ik wel blijven kijken maar ik zag jou niet. Wel leuk om te zien,hij ging via india naar australie met cameraploeg. Nou veel plezier verder. Groeten uit Nieuwveen.    
2009-11-22
Daan
Hey nielsje, je schiet al behoorlijk op. Laatste weken flink vooruit gekomen. Wat je nu zeker krijgt is dat je een taal net doorkrijgt en dan weer in andere landen terecht komt, waar je weer nieuwe talen tegen komt. Ga je trouwens als je in China bent rechtstreeks naar Nepal? Wel handig ook dat je overal volgestopt wordt met eten. Hier gaat het prima, hoop theorie wel. Je bent er bijna de hele dag mee bezig. Voor kerst hebben we de eerste examens en in maart zijn de eerste vluchten. Succes met reizen en spreek je wel weer. Groeten, Daan   
2009-11-20
Betty
Hey, wat een onwijs lang verhaal heb je deze keer weer geschreven, leuk. Ik heb het begin gelezen en ga het nu uitprinten zodat ik het straks op mijn gemakje verder kan lezen. Dus een echte reactie op je verhaal kan ik nu nog niet geven.
Gistermorgen was ik onderweg naar de training behendigheid toen het gigantisch begon te storten, de les werd dus vervangen door een theorieles, minder leuk maar wel leerzaam.
Gisteravond hebben Ellie, Miranda en ik een maaltijd gekookt en deze samen met onze mannen opgegeten. Ook de Hennie en Hans (de ouders van Erwin van den IJssel) waren er deze keer bij. Hennie hielp ook met koken. Als we zo\'n kooksessie doen vinden we het altijd leuk om iets te koken wat we normaal gesproken nooit of heel weinig eten. Deze keer een abrikozen-kip-linzen-schotel. Linzen..........baaaaahhhhh! Het abrikozen-kip-mengsel was wel heel lekker, maar die linzen bedierven het behoorlijk. Er werd weinig van gegeten (behalve door je vader wonderlijk genoeg) en de grootste helft ging zo de vuilnisbak in. Niet voor herhaling vatbaar.
Vanmorgen met speuren regende het alweer als een achterlijke, dus zeiknat kwam ik thuis. Emma vond het speuren in de regen erg moeilijk en het ging veel moeizamer om het spoor te vinden.
Volgend weekend gaat we met de speurgroep naar Texel, lekker een weekendje met leuke mensen op stap. We gaan met Ad en Els, Kees en Sonja, Christel en Patrick, Jessica, Beatrijs en ik en met de honden Gina, Julie, Sam, Jason, Aby, Noortje, Jiska, Emma, Tara en nog een logeetje van Kees en Sonja. 9 mensen en 10 honden dus. Heb er zin in.
Op 9 december vertrekt Naomi (de dochter van Beatrijs die eigenlijk naar Zuid-Amerika zou gaan) met haar vriend naar Thailand voor hun reis door Azie. Het is geloof ik de bedoeling dat ze een half jaar wegblijven.
Wij hebben net met z\'n allen naar expeditie Robinson zitten kijken. Daarna hebben we een zitten pokeren totdat ik moest gaan voeren en papa gaan melken. Het was hartstikke gezellig. En vanavond is het weer tijd voor Boer zoekt vrouw.
Nou, ik ga op mijn gemakje jouw verhaal lezen. Groetjes, ajuus en tot de volgende keer. XXXX   
2009-11-15
voeg een reactie toe