2009-08-27 - Fietsen in Beiroet

Op de grens van Syrie kwam ik een Irakees tegen die mij een lift aanbood. Hij bracht me naar het centrum van Aleppo waar we samen avondeten hadden en waarna ik een hotel vond. In de avond ontmoetten we elkaar weer en hij nodigde mij uit om samen de wiskey die hij op de grens had gekocht soldaat te maken. We vonden een cafe op een dakterras waar we onze eigen drank konden nuttigen. In Syrie gaat drinken net als in Turkije gepaard met een gigantische hoeveelheid eten waar het cafe voor zorgde. Zoals sommigen van jullie weten ben ik gezegend met een gezonde eetlust dus deze manier van drinken beviel mij wel. Nadat de wiskey op was en het eten ook vond de Irakees dat het tijd was om nog een snack op de straat te halen. Na nog een berg grillvlees naar binnen gewerkt te hebben was ik voldaan en keerde terug naar het hotel. De volgende ochtend vond ik een hostel waar ik voor 3,5 euro per nacht kon slapen, twee keer zo goedkoop als het hotel en een minder vieze eigenaar (de hoteleigenaar rook alsof hij de uitvinding van de douche nog niet doorhad). Die dag besteedde ik aan de stad verkennen die na het in vergelijking westerse Turkije een echte arabische uitstraling had met souks en platte daken op alle huizen. Omdat het vrijdag was, de eerste dag van het Islamitische weekend, waren de meeste winkels gesloten, behalve de winkels die gerund werden door christelijken. De volgende dag ben ik het indrukwekkende oude stadsfort gaan bekijken, waar ik drie Nederlandse meiden tegenkwam. Met hen heb ik de rest van de dag doorgebracht de rest van de stad verkennen. De volgende ochtend ben ik gaan ontbijten met een Nieuw Zeelander die ik in het hostel tegen was gekomen. De eigenaar van het restaurant vond dat we een beetje arabisch moesten leren en gaf ons een twee uur durende les. Hierna nam ik een bus om de stad uit te komen naar Ma’ara. In de omgeving van deze stad liggen de "Dead Cities", zo’n 700 verlaten nederzettingen en steden uit de Byzantijnse tijd. In de bus kwam ik Ayman tegen, een Syrier die op weg naar huis was. Hij sprak een beetje Engels en na wat geouwehoerd te hebben nodigde hij mij uit om zijn huis te komen bekijken en er wat te eten. Hij woonde in een klein bergdorpje in een vierkant huisje met zijn vrouw en 3 zoons. Het meubilair in zijn huis bestond uit een kleed op de vloer, wat kussens en een kast met een tv erop. Dit was zijn woon-, eet- en slaapkamer. Na een goede maaltijd met kip gegeten te hebben maakte ik kennis met Ayman’s vader, die in het huis ernaast woonde, en die 30 jaar geleden in de DDR had gewerkt, en dus Duits sprak. Zijn 3 vrouwen waren vereerd met mijn bezoek en overlaadden me met eten. In de avond nam Ayman me mee achterop de brommer en hij liet me de stad en de omgeving zien, waarna hij me meenam naar zijn oom, wiens vrouw eveneens dolblij was met bezoek en waar ik weer grote hoeveelheden eten toegeschoven kreeg. Die nacht ben ik bij Ayman en zijn familie blijven slapen. De volgende ochtend na het ontbijt bracht hij me achterop de brommer naar de Dead Cities.

Na een paar van de Dead Cities bekeken te hebben ben ik naar Hama gelift, waar ik op het dak van een hotel een matras kon krijgen. De rest van de dag heb ik op dat matras doorgebracht omdat ik me niet bepaald goed voelde. Die nacht begon ik de kip die ik bij Ayman op had te wantrouwen na verschillende uitstapjes naar het toilet. De volgende ochtend kwam ik de 3 Nederlandse meiden weer tegen die in hetzelfde hotel net uitchekten toen ik een kamer voor mezelf (met eigen toilet) boekte. Met hen heb ik ontbijt gehaald, waarna ik mezelf de rest van de dag in de hotelkamer opsloot. De volgende dag was niet veel beter maar tegen de avond was ik weer in staat om het hotel te verlaten en de stad te gaan bekijken. Hama staat bekend om de vele Noria’s die langs de rivier verspreid zijn. Noria’s zijn gigantische waterraden, de grootste van wel 25 meter doorsnee, die in de vijfde eeuw gebouwd zijn als onderdeel van een uitgebreid irrigatiesysteem. Sommigen draaien nu nog, hoewel ze wel talloze malen gerestaureerd zijn en het irrigatiesysteem niet meer in werking is. De volgende dag voelde ik me weer in staat om verder te reizen, dus nam ik de bus naar Homs, richting Libanon. Op het busstation in Homs kwam ik twee van de drie Nederlandse meiden weer tegen (de derde was naar huis) die ook op weg waren naar Libanon, en een taxi geregeld hadden die net zo duur was als de bus, maar een veel kortere route nam. Ik besloot met ze mee te gaan en aan de grens kregen we gratis een visum voor een maand voor Libanon, mits we de grenswacht ongezien een klein bedrag van 10.000 Libanese Lira, ongeveer vijf euro, toeschoven. De taxi bracht ons na verschillende militaire checkpoints die over heel Libanon verspreid zijn gepasseerd te hebben naar Tripoli en daarna naar Bcharre, in de Qadisha valley, een prachtige vallei waar we een hotel vonden. De volgende dag begon de Ramadan, maar omdat dit deel van Libanon christelijk is merkten we daar niets van. Die dag maakten we een wandeling door de vallei langs verschillende kloosters, waarbij we af en toe het gevoel hadden in een regenwoud te lopen in plaats van het midden oosten. Des te verder we liepen, des te smaller het pad werd, totdat we uiteindelijk in een dorpje uitkwamen waar een weg naartoe liep. Omdat de dag bijna aan zijn eind was besloten we te gaan liften. Er stopte een mercedes met 2 grote Libanezen erin. Een van deze mannen bleek een Maronite (een katholieke tak van het christendom) priester te zijn en net onderweg om zijn metgezel "priester George" te laten zien die in 1927 overleden was, en op wonderbaarlijke wijze nog in dezelfde staat was als op de dag dat hij stierf. Vandaag werd geloofd dat hij wonderen verrichte in de omgeving en de Maronite kerk zou hem binnenkort heilig verklaren. Wij mochten wel mee om hem te zien. De man was zittend in een stoel in zijn tombe te rusten gezet en was inderdaad op een of andere manier na tachtig jaar niet vergaan maar zat nog in dezelfde positie in zijn stoel. Na dit vreemde en ietwat lugubere uitstapje werden we op de hoofdweg afgezet, waarna we een volgende lift terug naar Bcharre kregen.

Na Bcharre zijn we naar Baalbek gegaan, waar de indrukwekkende ruines staan van een aantal byzantijnse tempels. Deze ruines zijn colossaal en heel goed bewaard. Na de laatste tijd zoveel ruines gezien te hebben waren deze toch nog de moeite waard. Van Baalbek zijn we diezelfde dag doorgegaan naar Beiroet. In het hostel in Beiroet ontmoette ik Hunter, een Amerikaan die arabisch studeerde in Jordanie en nu 2 weken door Syrie en Libanon reisde. Met hem en een spanjool en een litouwer ben ik naar de Jeita grotten gegaan, een massaal ondergronds grottenstelsel dat kandidaat staat voor een van de volgende wereldwonderen. Na deze hele indrukwekkende grotten zijn we naar Byblos gegaan, een pitoresk dorpje aan zee waar het leven als een rustig mediteraans vissersdorpje niet zo gehaast is.

Terug in Beiroet heb ik met Hunter de volgende dag fietsen gehuurd waarop we de stad door zijn gegaan. De burgeroorlog heeft in deze stad wel wat littekens achtergelaten, net zoals ik in Bosnie heb gezien. Gelukkig is vandaag de dag alles rustig en kan je op de fiets zonder zorgen rondgaan. Niet geheel zonder zorgen, want deze stad is niet berekend op fietsers en het gebeurde dus ook een aantal keer dat we zonder het in de gaten te hebben plotseling op de snelweg tegen het verkeer in fietsten. Al in al was het een leuke ervaring en een goede manier om de stad snel door te komen. Die avond zijn we uitgaan en in een karaokebar beland waar ik mijn oorstrelende vocale talenten losgelaten heb op de Libanese bevolking.
   
voeg een reactie toe