In het hostel in Sofia ontmoette ik Tim, een brit die net als mij geinterreseerd was in de Rila mountains, iets ten zuiden van Sofia. Hij had net als mij de spullen bij zich om een paar dagen buiten de beschaafde wereld te leven dus we besloten om tezamen een paar dagen de bergen in te trekken. Een minibus bracht ons voor een paar Leve naar de bergen, waar we in de regen aan onze tocht begonnen. Gelukkig waren we hier ook beiden op voorbereid. Tim door middel van een poncho uit het Nederlandse leger, en ik door middel van een wegwerpponcho, waarin ik op een grote kauwgombal op benen lijk, maar die me wel droog houdt. De eerste dag maakten we een behoorlijke klim tot een plateau op ongeveer 2200 meter. De nacht viel over ons toen we ons kamp opsloegen, en daarmee stopte het ook met regenen. De nacht in de bergen was helderder dan ik ooit gezien had, maar ook koud. De temperatuur daalde tot het nulpunt en ik was blij met mijn goede slaapzak. De volgende dag zijn we verder getrokken naar de hoogste top van 2700 meter. Daarvandaan liep een pad naar de andere kant van het gebergte, waar hoog in de bergen door een speling van de natuur talloze meren ontstaan zijn. Onze gedachte om even een dipje te nemen lieten we maar varen toen we ijsschotsen zagen drijven in de meren. Die avond daalden we weer af tot de boomgrens en sliepen we iets warmer dan de nacht ervoor in het bos. De volgende dag was het alleen nog een heel eind afdalen tot in het dorp, waar we besloten de trein te nemen omdat die iets goedkoper is dan de minibus. De reden hiervoor was duidelijk toen we na tweeeneenhalf uur de 60 kilometer terug naar Sofia hadden afgelegd. Terug in Sofia was het weer vrijdag, en deels daarom, deels omdat we vonden dat we het toch wel verdient hadden gingen we uit die avond. Omdat Sofia mij wel beviel, bleef ik er nog 2 dagen.
Na Sofia ben ik verder getrokken richting Roemenie. Toen ik afgezet werd aan de Donau die tevens de grens is en ik richting de brug en de grenswacht liep werd ik tegengehouden. Ik mocht de brug niet te voet oversteken en moest een taxi nemen. Na de prijs voor een oversteek per taxi gevraagd te hebben was voor de hand liggend dat de grenswacht en de taxichauffeurs onder een hoedje speelden, dus ben ik naar het treinstation gegaan. Daar bleek het goedkoper om een trein regelrecht naar Boekarest te nemen dan een taxi over de brug. Het enige nadeel is dat de trein pas in de middag vertrok en daarbovenop ook 2 uur vertraging had. Omdat ik niet echt haast had besloot ik dat dat het wel waard was. Toen na een halve dag wachten de trein aankwam en ik mijn zooitje aan boord aan het slepen was hoorde ik een bekende stem "Hey buddy" roepen. Alexi, waarmee ik in Macedonie tijd heb doorgebracht, kwam nu met deze trein uit Istanbul en was ook op weg naar Roemenie. Hij was van onderweg naar Brassov, en omdat ik van veel mensen gehoord had dat Transsylvanie meer de moeite waard was dan Boekarest besloot ik om met hem mee te gaan. Na een tergend langzame treinrit kwamen we in Brassov aan waar we een hostel vonden. Het hostel bleek de volgende dag een tour te organiseren naar de 3 belangrijkste kastelen in de omgeving, en er was nog plaats voor 2 man. En van de kastelen die we bezochten was het kasteel van Dracula.
Nadat ik terug was gelift naar Boekarest heb ik er een hostel voor n nacht geboekt, omdat iedereen mij had verteld dat Boekarest niet ees de moeite waard was om heen te gaan, dus zeker niet meer dan een dag waard. Hun mening bleek juist want er was niet veel te zien, op het paleis van het parlament na, wat na het pentagon het grootste gebouw ter wereld is. Terwijl ik een beetje door de stad dwaalde en een bankje aan het uitzoeken was om even te zitten, zag ik op het bankje van mijn keuze Catherine zitten. Een Britse meid die ik al 3 keer ervoor tegengekomen was en nu in een stad van 4 miljoen mensen op straat tegenkwam.
De volgende dag heb ik maar weer een trein over de grens genomen omdat ik mijn kansen om deze keer wel lopend over de grens te komen klein inschatte. Vanuit Russe ben ik weer doorgelift naar Varna aan de Bulgaarse kust. Varna is een populaire toeristenbestemming in Bulgarije, en het was er dan oon bezaaid met zonaanbiddende toeristen. Het uitgaansleven in Varna is daar ook helemaal op aangepast, met nachtclubs en bars rij aan rij op het strand. Ik liet mezelf er maar aan over en volgde het patroon dat iedereen in het hostel deed, s’nachts uit, s’ochtends slapen en s’middags herstellen op het strand. Dit ritme hield ik vijf dagen vol, tot ik gelukkig moest vertrekken. Er kwamen een paar Bulgaren die ik in Sofia was tegengekomen in het weekend naar de kust en die nodigden mij uit op een camping op het strand in het zuiden. Dit was een typisch Bulgaarse camping waar ik het beter naar mijn zin had dan in het toeristenoverstroomde Varna. Na een heel goed weekend op de camping besteed te hebben zetten mijn Bulgaarse vrienden mij af in Stara Zagora, vanwaar ik de volgende dag nadat ik een kaart van Turkije gekregen en een bakkie koffie genuttigd had met een paar vriendelijke Bulgaren aan de grens in een keer naar Istanbul kon liften.   
voeg een reactie toe